De wrede koning Antiochus

(175 – 168 voor Chr.)

Misschien heb je wel eens gehoord van de Makkabeeën. Wie of wat waren dat eigenlijk? Hun geschiedenis heeft zich afgespeeld in de tijd tussen het Oude en Nieuwe Testament. Je kent vast wel de ‘witte bladzijden’ tussen Maleachi en Mattheüs. Ongeveer 400 jaar van de geschiedenis van het volk der Joden wordt in de Bijbel niet beschreven. Er wordt wel over verteld in de zogeheten ‘Apocriefe Boeken’. Deze zijn minder betrouwbaar dan onze andere Bijbelboeken. Toch kunnen we er wel van leren. Daarom werden de Apocriefe boeken in oude Statenbijbels nog wel opgenomen.

Een Syriër wil de tempel beroven…

In het jaar 175 voor Chr. gebeurt er iets in Jeruzalem dat grote gevolgen voor het volk zal hebben. In die tijd worden de Joden door de Syriërs overheerst. Een Syrische minister, Heliodorus, komt naar de stad om te tempel te beroven. De koning van Syrië (Seleucus IV) voert veel oorlog en kan dus best wat geld gebruiken. Een gevaarlijk karweitje voor de minister, want de tempel wordt vast wel goed bewaakt…

De Joden keuren het niet goed dat de heilige tempel zomaar door heidenen wordt betreden. De tempelwachters slagen erin om de minister met zijn gevolg weg te krijgen. In de Apocriefe boeken wordt deze geschiedenis ook beschreven. Daarin staat zelfs dat er door engelen werd ingegrepen.

De minister keert dus met lege handen terug in de Syrische hoofdstad Antiochië. In Jeruzalem zijn ze bang dat de Syriërs wraak zullen nemen! Daarom gaat de hogepriester Onias naar Antiochië om excuses aan te bieden. De koning blijft boos en zet de hogepriester onmiddellijk af. Zijn broer Jason neemt de opengevallen plaats in. Niet lang daarna wordt de Syrische koning vermoord. Maar de troonopvolger (prins Demetrius) zit in Rome gevangen. En dan weet de broer van de koning, Antiochus IV, op een slimme manier de troon van Syrië te bemachtigen! Deze man heeft een grote verbeelding: hij laat zich noemen: “Epifanes” – dat betekent zoiets als: de Goddelijke of: de Verhevene. Ook heeft hij een ziekelijke belangstelling voor de Griekse cultuur. De Joden moeten daarvan ook maar eens wat “opsnuiven”, vindt hij.

De Apocriefe Boeken

Over de geschiedenis van de Makkabeeën is meer te lezen in de zogenoemde Apocriefe Boeken. Deze zijn een ‘aanhangsel’ bij de Griekse vertaling (Septuagint) van het Oude Testament. Er zijn vier ‘Boeken der Makkabeeën’:

1. Dit is van behoorlijke historische waarde. Het beschrijft vooral de gebeurtenissen na het jaar 167. Het boek werd eerst in het Hebreeuws geschreven, maar alleen de Griekse vertaling ervan is bewaard gebleven.

2. Dit boek is minder betrouwbaar. We lezen hoe minister Heliodorus de tempel in Jeruzalem wil beroven (175). Nogal uitgebreid worden beschreven de wrede godsdienstvervolgingen door koning Antiochus IV (vanaf 168).

3. Dit is wel zeker 100% gefantaseerd. Het heeft ook helemaal niets met de Makkabeeën te maken. Het boek staat nog in oude Statenbij­bels, maar de Nederlandse Geloofsbelijdenis noemt het niet eens meer.

4. Is eigenlijk een soort overdenking of ‘meditatie', waarin gebeurtenissen uit de tijd van de Makkabeeën worden aangehaald. Het be­hoort niet tot de ‘Apocriefe boeken’. Komt voor in sommige Bijbelhandschriften.

Een ‘nieuwe wind’ waait in Jeruzalem

De nieuwe hogepriester Jason wil graag een grotere Griekse invloed in Palestina. Jeruzalem moet ook, net als andere belangrijke steden, een gymnasium krijgen. Dat is een sport­stadion, waar de spelen worden gehouden: hardlopen, discuswerpen, worstelen, boksen. Jonge mannen moeten ook met wapens leren omgaan, zodat ze straks kunnen meedoen aan stadion-gevechten. Op vele plaatsen in het Syrische rijk gebeurt dat; het is ook aantrekkelijk voor de jongeren.

Maar voor veel godsdienstige Joden is dit schokkend! Vooral de komst van een gymnasium, waar de spelen naakt moeten worden uitgevoerd! Toch is er nog geen dwang: wie zich wil houden aan de Joodse wetten wordt geen strobreed in de weg gelegd. Nóg niet…

De dreiging neemt toe

Na drie jaar komt er alweer een andere hogepriester. Nu gaat het proces van ‘vergrieksing’ in Jeruzalem nog sneller. De Joden die bij de wetten van Mozes willen blijven krijgen het moeilijker. Velen zien de bui al hangen en besluiten de stad te verlaten om naar het platteland te trekken. Onder hen bevindt zich de priester Mattatias, die met zijn vijf zonen teruggaat naar zijn geboorteplaats Modin (tussen Jeruzalem en Jaffa). Het ziet er allemaal dreigend uit in Jeruzalem. Maar van die Mattatias zullen we nog meer horen…

Veldtocht naar Egypte

In het jaar 168 voor Chr. onderneemt Antiochus IV een veldtocht tegen Egypte. Aan de machtige Romeinen, die overal in de Middellandse Zee op de loer liggen, wil hij liever niet denken. De Romeinen vinden dat de Syriërs wel wat teveel macht gaan krijgen. Een Romeinse gezant (Popilius) houdt Antiochus bij de stad Alexandrië tegen en zegt dat hij uit Egypte moet vertrekken. Antiochus aarzelt. Wat zal hij doen? Dan pakt de gezant een stok en tekent een cirkel in het woestijnzand, om de Syrische koning heen. Antiochus moet beslissen, vóórdat hij die cirkel verlaat. Hij begrijpt dat hij geen keus heeft en woedend trekt hij terug naar zijn land. Ook in de Bijbel wordt over deze geschiedenis gesproken:

Kanttekening bij Daniël 11:30
Omdat hij door de Romeinen zal gedwongen worden met zijn leger uit Egypte te trekken. C. Popilius Laenas, veldoverste der Romeinen, heeft Antiochus zover gebracht, dat hij hem harde conditiën heeft voorgeslagen, en rondom hem met zijn staf in het zand een ring makende, belastte hem te besluiten en ronduit te antwoorden, of hij Egypte verlaten wilde of niet, eer hij uit dien ring of cirkel treden zou.

Opstand in Jeruzalem

De Joden horen wat er in Alexandrië is gebeurd. De wildste geruchten gaan in Jeruzalem; er wordt al beweerd dat Antiochus dood is. De ‘oude’ hogepriester Jason ontketent een klein opstandje. Antiochus, die toch in de buurt is, stuurt een afdeling soldaten naar de stad. Expres op de sabbat wordt Jeruzalem overvallen en geplunderd. Veel Joden denken namelijk dat je je op deze dag niet mag verdedigen! Daarvan maken de Syriërs dankbaar ‘gebruik’. Vlak bij de tempel wordt een vesting gebouwd, zodat Syrische soldaten de zaak in de gaten kunnen houden.

Antiochus heeft al langer gevonden, dat het maar eens afgelopen moet zijn met al die verschillende godsdiensten in zijn rijk. Vooral de Joden moeten goed naar hem luisteren. En dan breekt voor de inwoners van Judea een periode aan van zeer bitter lijden.