Rosj Chodesj: nieuwe maan

In de Bijbel is de maan het teken van Gods trouw. “Hij zal eeuwiglijk bevestigd worden, gelijk de maan, en de getuige in den hemel is getrouw. Sela” (Psalm 89: 38).De maan is er iedere keer weer opnieuw. De maan is voor de Joden zo belangrijk dat zij hun kalender er op gebaseerd hebben. Met de nieuwe maan begint een nieuwe maand. De eerste dag van iedere nieuwe maand is voor sommige joden nog steeds een feestdag: Rosj Chodesj.

Nieuwe maan in de Bijbel

Werd vroeger de beginnende nieuwe maansikkel waargenomen, dan stuurden de Joden een bericht aan het Sanhedrin in Jeruzalem. Als zij had vastgesteld dat de waarneming klopte, dan werd de nieuwe maand officieel aangekondigd. In het jaar 359 na Christus werd een vaste kalender voor het Joodse jaar ingevoerd door Hillel II. Deze kalender gebruiken de Joden nog steeds.

In Numeri 28: 11-15 staat welke bijzondere offers er gebracht moesten worden op het feest van de nieuwe maan: een brandoffer, een spijsoffer, een drankoffer en een zondoffer. Het zondoffer werd gebracht als verzoening van alle zonden van de vorige maand.

Rosj Chodesj in onze tijd

In de synagoge worden op Rosj Chodesj verschillende bijbelgedeelten gelezen, zoals Numeri 28 en Psalm 113 tot en met 118, het Hallel. Vlak voor het avondgebed roept de voorzanger de formule: “Hij zal opgaan en zal komen.” Daarmee bedoelt de voorzanger de nieuwe maan. Sommige joodse uitleggers denken daarbij aan Gods voorzienigheid.

Sommige Joden vieren ook de wijding van de maan. ‘s Nachts gaan zij in feestkleding naar buiten. Daar spreken zij de eerste verzen van Psalm 148 uit. Na een lofprijzing worden enkele spreuken drie maal herhaald zoals: “David, de koning van Israël, leeft en bestaat.” Na deze spreuken wensen de mensen elkaar vrede toe voor de nieuwe maand. Terwijl ze naar huis gaan, wordt de spreuk uit de Talmoed opgezegd: “Verkreeg Israël ook verder geen voordeel meer, dan dat het een enkele maal in de maand het aangezicht van de hemelse Vader mocht aanschouwen, dan zou het toch genoeg zijn.”

En wij?

De profeet Jesaja spreekt in Jesaja 66:23 ook over het feest van de nieuwe maan. “En het zal geschieden, dat van de ene nieuwe maan tot de andere en van den enen sabbat tot den anderen, alle vlees komen zal om aan te bidden voor Mijn aangezicht, zegt de HEERE.” Hiermee wordt de eeuwige zaligheid bedoeld. Van maand tot maand, van week tot week, dus eeuwig zullen bekeerde Joden en bekeerde heidenen de Heere groot maken! Zul jij daar ook bij zijn?

 

Weet je dat

  • niet alle godsdienstige Joden meer Rosj Chodesj vieren?
  • onze kalender is gebaseerd op de zon?
  • de Joodse kalender niet een schrikkeldag maar een schrikkelmaand heeft?