Wonen in een stad

Handleiding leerkracht

Inleiding

Ons thema is ‘wonen in een stad’. We zijn met een jonge gids op reis gegaan door een stad in Israël. We hebben Jeruzalem als voorbeeld genomen en hebben het allemaal zo globaal mogelijk opgeschreven. Je zou dit verhaal ook in andere steden toe kunnen passen. Je leest ook dingen van bijv. Tel Aviv. Dit wordt dan verteld door de jongen, die dit als kennis bezit. We hadden ook een hele andere insteek kunnen maken, over het wonen in een huis in Israël. Hier was echter nauwelijks tot geen informatie over te vinden. Daarom hebben we op deze manier een stadsschets gemaakt.

Doelstellingen

De kinderen weten wat kenmerkend is voor een stad (in Nederland)
De kinderen weten wat kenmerkend is voor een stad in Israël
De kinderen kunnen de kenmerken van de steden met elkaar vergelijken.
De kinderen kunnen de tekst verbinden aan afbeeldingen. Ze ontwikkelen hun voorstellingsvermogen.

Doelgroep

Groep 6, 7, 8.

Vakken en Kerndoelen

Domein: Ruimte

  1. De leerlingen leren de ruimtelijke inrichting van de eigen omgeving te vergelijken met die in omgevingen elders, in binnen- en buitenland, vanuit de perspectieven landschap, wonen, werken, bestuur, verkeer, recreatie, welvaart, cultuur en levensbeschouwing. In ieder geval wordt daarbij aandacht besteed aan twee lidstaten van de Europese Unie en twee landen die in 2004 lid worden/ werden, de Verenigde Staten en een land in Azië, Afrika en Zuid-Amerika.
  2. De leerlingen wat kennis bijbrengen over de mondiale ruimtelijke spreiding van bevolkingsconcentraties en godsdiensten, van klimaten, energiebronnen en van natuurlandschappen zoals vulkanen, woestijnen, tropische regenwouden, hooggebergten en rivieren.

Les-idee

Inleiding:
Inventariseren van de kennis over steden. Je maakt een woordweb over de ‘stad’. Je laat de kinderen vertellen waar ze aan denken bij het woordje stad. Vraag daar ook op door. Waarschijnlijk vertellen ze dan dingen over een stad in Nederland.

Kern 1:
Dan lezen we de tekst. We doen dat paragraaf voor paragraaf. De leerkracht inventariseert wat ze hebben opgevangen van de tekst. Hij/zij vraagt naar moeilijke begrippen en laat dat de kinderen uitleggen. Lukt dat niet? Dan is de leerkracht uitlegger. We lezen een stukje tekst (een alinea). Dan stel je wat interactieve vragen over de tekst.

Kern 2:
Je laat de kinderen nog een keer vertellen wat er nu hoort bij een stad in Israël. (Zo kijken ze nog een keer globaal naar de tekst) Dit doen ze eerst in groepjes/tweetallen. Ze schrijven dit dan op een blaadje. Deze antwoorden inventariseren we klassikaal. Daar maak je weer een woordweb van op een ander gedeelte van het bord. Zorg voor genoeg ruimte op het bord!

Vergelijk dan de twee woordwebben met elkaar. Wat zijn de verschillen en wat zijn de overeenkomsten? Hoe zouden die verschillen komen? (Verdieping)Dit bespreken we klassikaal.

Kern 3:
De kinderen krijgen een werkblad waar ze mee aan de slag kunnen. Daarop zijn plaatjes te zien. De kinderen moeten de begrippen daarvan uit de tekst halen en er een uitleg bij geven. Daaronder staat dan de vraag: Hoe is dat in Nederland? Dit doen ze in tweetallen of ze gaan er zelfstandig mee aan de slag.

Afsluiting:
We bespreken de antwoorden en de kinderen vertellen wat ze moeilijk vonden, wat goed ging en wat beter kon.

Tijdsplanning

Inleiding: 5 minuten
Kern 1: 15 minuten
Kern 2: 10 minuten
Kern 3: 10 minuten
Afsluiting: 8 minuten

Materialen

  • De tekst
  • Kaart Israël
  • Het bord voor 2 woordwebben
  • Werkblad

Bronnen

Wij willen weten: Israël, Hermans, W. (2010) Arnham: Ellessy Jeugd.

Op bezoek in Israël , Prazdny, B. (2005) Amsterdam: KIT Publishers.

Israël - Westelijke Jordaanoever, excursies naar Jordanië, Semsek, H.-G., Pfaffenbach (2001).Utrecht

Verdieping/meer informatie

Kinderen kunnen zich verdiepen in kleine onderdelen uit de tekst. Zo weten ze nog beter wat ze moeten tekenen op papier. Ze kunnen zich beter inleven in de plaats. Ook hebben we een aantal verdiepingsvragen gemaakt. Dit zorgt ervoor dat kinderen nog dieper over de tekst gaan nadenken.