Auschwitz

Je hebt vast wel eens gehoord van de verschrikkelijke concentratiekampen in de Tweede Wereldoorlog. In het zuiden van Polen ligt de stad Auschwitz. Daar werden de grootste concentratiekampen ingericht. Het waren vernietigingskampen en werkkampen. Naar Auschwitz zijn 1,3 miljoen mensen gebracht: Joden, zigeuners en Poolse politieke gevangenen. Er zijn 1,1 miljoen Joden om het leven gekomen, waarvan 200.000 kinderen onder de 14 jaar. De meesten van hen stierven in de gaskamers.

De geschiedenis

In september 1939 valt Nazi-Duitsland (Hitler) Polen binnen. De mensen die zich verzetten en weerstand bieden worden in een concentratiekamp opgesloten. In Duitsland waren er toen al zulke kampen. Bij Auschwitz wordt in april 1940 zo’n kamp in gebruik genomen, want de gewone cellen zitten al stampvol. Men wil er 10.000 gevangenen op kunnen sluiten.

Op een vlakte tussen de rivieren Sola en Wisla, waar een spoorlijn langs loopt en een oude Poolse legerkazerne staat, wordt een kamp ingericht, met 18 bakstenen barakken. Er worden wachttorens gebouwd en prikkeldraad geplaatst. Buiten de barakken wordt een gebouw voor de kampstaf geplaatst en ook een crematorium, een plaats waar men de dode lichamen van mensen kan verbranden. In de buurt worden ook fabrieken gebouwd, waar de kampbewoners kunnen werken. Op 14 juni 1940 komt het eerste officiële gevangenistransport aan met 720 Poolse politieke gevangenen. De SS-militairen bewaken het kamp. De kampcommandant heet Rudolf Höss. Boven de toegangspoort van het kamp komt te staan ‘Arbeit macht frei’ (‘Arbeid maakt vrij’).

In de loop der jaren wordt er steeds bij gebouwd, onder andere het grote Auschwitz II-Birkenau kamp. 

Opnameprocedure

Bij aankomst moeten de gevangenen al hun persoonlijke bezittingen inleveren. Ze moeten onder de douche, ze worden kaal geschoren en gefotografeerd. Vanaf 1942 krijgen alle gevangenen een registratienummer op hun linker onderarm. Dat wordt zo aangebracht (getatoeëerd), onder hun huid, dat het er nooit meer af kan. Ze krijgen klompen aan en een (gestreept) gevangenispak. Daar op komt een figuurtje (een teken) te staan, tot welk soort gevangenen men behoort.

Er wordt 6 dagen gewerkt, elf uur per dag. Op zondag kan men zich wassen en douchen. Door de slecht hygiëne, de harde arbeidsomstandigheden en het weinige eten, sterven er veel in het werkkamp. Gehandicapte en arbeidsongeschikte mensen worden gelijk gedood.

De gaskamers

In Nazi-Duitsland wordt het verschrikkelijke plan ontwikkeld om de Joden uit te roeien. Eerst worden er Joden doodgeschoten (executies). Daarna ontwikkelt men het plan om mensen in een ruimte bij elkaar te plaatsen en dan via twee pijpen, de uitlaatgassen van auto’s erin te blazen. Zo stikken de mensen. Weer later moeten de gevangenen zich uitkleden om zogenaamd onder de douche te gaan. Uit de douches komt geen water, maar giftig gas (Zyklon B). Vanaf december 1941 vinden er zulke verschrikkelijke praktijken plaats. Kinderen, vaders en moeders sterven door dat gas. Later moeten de andere gevangenen de lichamen in een verbrandingsoven (crematorium) brengen, zodat de lichamen verbrand kunnen worden.

Medische experimenten

Er vinden nog andere verschrikkelijke praktijken in het kampziekenhuis plaats. De beruchte SS-arts Josef Mengele maakt tweelingen ziek met allerlei bacteriën (ziekteverwekkers) en spuit gevaarlijke stoffen in, om te kijken hoe kinderen en volwassen reageren. Men geeft ze ook elektrische schokken. Meestal krijgen die mensen geen verdoving als zulke zaken plaats vinden.

Kampgevangenis

Er is ook een kampgevangenis. Voor de kleinste zaken worden de gevangenen gestraft. Er zijn cellen waar de gevangenen alleen maar kunnen staan. En ook zijn er cellen, waar men de gevangenen laat verhongeren. De meeste gevangenen overleven zulke wreedheden niet.

Muziek in het kamp

De gevangenen die dagelijks het kamp verlaten om dwangarbeid te verrichten marcheren op orkestmuziek door de poort. Terwijl het orkest aan hun linkerkant vrolijke muziek staat te spelen, wordt aan de rechterkant de lichamen van vermoorde gevangenen opgestapeld als afschrikwekkend voorbeeld. De leden van het orkest zijn medegevangenen. Zij hoeven geen zware arbeid te verrichten.

Evacuatie en bevrijding

Als de Russische soldaten vanuit het oosten steeds meer richting Duitsland oprukken, moeten vanaf 1944 de gevangenen lopen naar een ander kamp. Negen dagen voordat de Russen bij Auschwitz komen, worden er 60.000 gevangenen door SS-soldaten weggevoerd. Ruim 15.000 gevangenen sterven op deze dodenmarsen. Op 27 januari 1945 worden er 7500 gevangenen, uitgeputte en doodzieke mensen bevrijd. Later wordt Auschwitz een monument van herinnering. Nog steeds kan men het kamp bezoeken.