Nederland: de deportaties


In het jaar van de bezetting waren er al acties, gericht tegen de Joden. De Duitsers stelden begin 1941 een zogeheten ‘Joodsche Raad’ in. Die moest er maar voor zorgen dat de Joden van die maatregelen op de hoogte werden gebracht. En dat waren er nogal wat! Joden waren niet meer “gewenscht” in parken, musea en restaurants. Er kwam een verplicht persoonsbewijs. Joden boven de 15 jaar moesten daarin twee keer een grote letter J laten stempelen. Veel Joodse bedrijven werden opgeheven. Of anders kwamen ze wel in handen van ‘Ariërs’, dat wil zeggen: handlangers van de Duitse bezetter.

   Werkkampen   

Het gevolg was dat veel Joden werkloos raakten. Hadden ze niets te doen? Geen nood: vanaf begin 1942 werden ze opgeroepen om hun krachten te geven in werkkampen. Voor het algemeen belang! Graafwerk, bosbouw, dat soort klussen. Het leek zo onschuldig. Maar toch werden deze Joodse mannen losgemaakt van hun families. En het salaris was slecht. Ook de omstandigheden in de kampen waren niet geweldig. Er waren meer dan 40 van die kampen, vooral in Drenthe, Overijssel en Gelderland.
Lang heeft dit allemaal niet geduurd. Begin oktober werden alle kampen leeggehaald. De bewoners moesten op transport naar Westerbork (in Drenthe). Dat kamp was niet berekend op zo’n grote toestroom van Joodse mannen. Daarom werden velen naar concentratiekampen gestuurd, waar ze binnen enkele weken allemaal zijn omgekomen…

Intussen was in mei 1942 de Jodenster verplicht gesteld voor iedereen vanaf zes jaar. De Joden waren dus vanaf nu duidelijk herkenbaar. Afgezien daarvan: hun namen stónden al geregistreerd in Den Haag. Op formulieren die ze zelf een jaar eerder hadden ingevuld!

   Dreigementen   

In de zomer werd bekend dat de Joden opgeroepen zouden worden om naar Duitsland te gaan voor de zogeheten Arbeitseinsatz (tewerkstelling). Veel Duitse mannen konden immers hun gewone beroep niet meer uitoefenen, omdat ze in het leger zaten. Veel Joden gingen ondergronds. Maar daar wist de bezetter wel wat op! De Duitsers kwamen met dreigementen. Nota bene via het ‘Joodsche Weekblad’! Was je ondergedoken, wilde je niet in Duitsland werken? Of weigerde je de Jodenster te dragen? Dan liep je gevaar om naar het beruchte kamp Mauthausen te worden gedeporteerd. En velen wisten nog wat dát betekende. Niet minder dan een doodvonnis!


►  De Joodse krant waarin de Duitse dreigementen werden opgenomen

Toch weigerden heel veel Joden het bevel op te volgen. Tenslotte waren de Duitsers het zat. In oktober werden duizenden Joden uit het hele land naar Westerbork gebracht. Wat velen niet wisten was dat dit ‘slechts’ een doorgang was naar een van de vernietigingskampen. Die lagen vooral in Duitsland en Polen. De ergste daarvan was Oświęcim, onder ons bekend als Auschwitz.

In 1943 volgde weer zo’n truc van de Duitsers. Joden werden naar Vught (in Noord-Brabant) gelokt om er te komen werken. Maar spoedig zou blijken wat de werkelijke bedoeling van de nazi’s was. Enkele maanden later werden 1300 Joodse kinderen naar vernietigingskamp Sobibor (in Polen) gebracht!

   Gaskamers   

Pas in het najaar van 1943 doken er geruchten op over gaskamers in de concentratiekampen. Was dat het lot dat de Joden te wachten stond? Weinigen geloofden het. Vroeg men zich niet af waarom een hoogbejaarde vrouw werd weggevoerd? Voor de Arbeitseinsatz? “Ze kan wel luiers wassen”, schijnt een hoge Duitse ambtenaar gezegd te hebben…

Uiteindelijk zijn uit Nederland meer dan 100.000 Joden gedeporteerd, ook veel jonge kinderen. Denk maar aan Anne Frank, die over de hele wereld bekend is van haar Dagboek. Ongeveer 20.000 zijn naar het buitenland ontweken of hebben het einde van de oorlog kunnen halen. Zelfs verleenden Duitse officieren hulp bij het in veiligheid brengen van de Joden.