De komst van de islam


In het noordwesten van Arabië hadden zich grote groepen Joden gevestigd, in de buurt van de Rode Zee. Ze bezaten daar dadelplantages en hun woongebied lag aan een belangrijke handelsroute.

   Mohammed   

Totdat aan het begin van de zevende eeuw Mohammed – naar beweerd wordt – allerlei visioenen kreeg. Hij moest een nieuwe godsdienst stichten. Hij beschouwde zich als profeet én apostel. Maar niet iedereen was daarvan gediend. Hij voelde zich bedreigd en vluchtte van zijn geboorteplaats Mekka naar Medina. In die stad kwam hij in botsing met de vele Joden die daar woonden. Daar kwam bij dat die Joden er in welvaart leefden, waardoor Mohammed ze niet kon uitstaan.
Hij wist met zijn leger de Joden te overwinnen, maar ook andere volken en stammen werden verplicht om de nieuwe godsdienst, de islam, aan te nemen. Vaak ging dat heel soepel: de bevolking ontving de nieuwe machthebbers met open armen. Dat gebeurde zelfs bij veel Joden in Palestina, die zoveel nare dingen in de Romeinse tijd hadden meegemaakt. Het is niet te geloven hoe snel de aanhangers van de islam een groot gebied, tot in Perzië toe, konden veroveren.

   Dhimmi's   

En hoe ging het met Joden en christenen? Die vormden een minderheid in het rijk van de Mohammedanen. Als ze niet tot de islam wilden overgaan, moesten ze een soort belasting betalen. Ze werden dhimmi’s genoemd: beschermde ongelovigen. Eigenlijk hadden de eerste moslims best respect voor Joden en christenen. Dat waren in hun ogen ‘volken van een boek’. Zij dienden immers slechts één God. Maar aan Mohammed was de wáre godsdienst geopenbaard! En dat steeg vér uit boven de opvattingen van Joden en christenen. Wel was de overgang van een moslim naar een andere godsdienst streng verboden: daarop stond de doodstraf.

   In Jeruzalem   

De Mohammedanen naderden ook Jeruzalem. In het jaar 638 kwam de stad in de macht van de islam. Kalief Omar, de opvolger van Mohammed (die zes jaar eerder was gestorven) nam de stad in, bijna zonder bloedvergieten. En dat was iets zeldzaams in die dagen!


► De Al Aqsa moskee in Jeruzalem, gebouwd rond 700

Er kwamen speciale regels voor de ‘ongelovigen’, de Joden en christenen dus. Ze mochten geen wapens dragen, niet paardrijden. Er mochten geen nieuwe kerken of synagogen worden opgericht. En de bestaande gebouwen mochten niet boven een moskee in de omgeving uitsteken. Hiermee konden de moslims een enorme minachting tonen voor degenen die niet wilden geloven in Allah en Mohammed de profeet.

   Verbetering   

Maar toch. In het algemeen hadden de Joden het een stuk beter gekregen; ze werden in elk geval meer met rust gelaten. Trouwens, veel Joden vonden het prima zo: ze hoefden niet zo nodig contact te hebben met aanhangers van andere godsdiensten.
Andersom hadden de moslims best bewondering voor de Joden. Die hadden immers van veel dingen verstand. Ze konden raad geven op financieel gebied. Ze werden betrouwbaar geacht. Soms drongen ze zelfs door tot hoge functies. De omgang tussen Joden en moslims was vaak heel soepel. Joden kozen soms Arabische namen. In Bagdad, een belangrijke stad in het rijk van de islam, woonden tienduizenden Joden, die er veel synagogen en leerscholen bezaten. Dat werd allemaal toegestaan. Maar hoe lang zou dat zo blijven?