Vervolging


We hebben gezien hoe de invloed van de christelijke Kerk was gegroeid in de laatste eeuwen van het West Romeinse Rijk. En dat was niet zo gunstig voor de Joden. Het Jodendom werd nog wel als ‘geoorloofde godsdienst’ beschouwd. Maar intussen!

   Een bijzonder volk...   

Joden werden steeds meer gezien als ‘de moordenaars van Christus’. Ze vormden een aparte groep, die weinig met anderen te maken wilde hebben. Tussen twee haakjes: zei Haman ook al niet zoiets (Esther 3:8)? Daar begint discriminatie en vervolging meestal mee: mensen die anders zijn, zich in de ogen van ‘de massa’ vreemd gedragen, hun eigen opvattingen erop na houden. Om deel te kunnen nemen aan hun godsdienstige gebruiken, zoals het bezoeken van de synagoge, vestigden Joden zich in aparte stadswijken. Het gevolg was dat de Joden nog méér als een ‘bijzonder volk’ werden beschouwd.

   Onherkenbaar    

Het eigen land van de Joden was onherkenbaar geworden. Er waren veel christelijke kerken gebouwd. Hun eigen stad, Jeruzalem, was voor de Joden verboden gebied. Alleen op de treurdag Tisja be’av mochten ze een korte tijd rouwen bij de Tempel – dat wil zeggen: wat daarvan was overgebleven.
Het Romeinse Rijk had zich intussen sterk uitgebreid. Op veel plaatsen in dat gebied woonden Joden: in Palestina, Klein-Azië, Griekenland, Italië, Noord-Afrika, Spanje, Frankrijk. En vooral in Babylonië.

   Beginnende vervolging   

Het bidden van het Sjema Jisrael, de belangrijke geloofsbelijdenis van de Joden, werd verboden. Want, zo zeiden veel christenen, jullie ontkennen daarmee de Drieëenheid van God. Joden mochten voor de rechtbank niet tegen een christen getuigen. Overal in het Romeinse Rijk werden Joden vervolgd of vermoord. De Joodse bevolking in die landen nam daardoor sterk af. En de Joden die er nog waren liepen het gevaar om verdreven te worden.


► Een zeer kwalijke rol speelde de 'christelijke Kerk' bij de Jodenvervolging

Er werden in die tijd ook al synagogen in brand gestoken. Oude synagogen mochten niet meer opgeknapt worden – behalve bij direct instortingsgevaar. Ze raakten in verval of werden door christenen overgenomen die er een kerkgebouw van maakten. Joden mochten geen dienst nemen in het leger. Er waren Joden die gedwongen werden zich tot het christendom te ‘bekeren’. Ze moesten zich laten dopen. Dat gebeurde massaal in het begin van de zevende eeuw in Spanje. En niet lang daarna in Frankrijk. Het is een wonder dat er toch nog zoveel Joodse gemeenschappen zijn overgebleven.

   Handel en industrie   

Aan het gewone economische leven mochten Joden in het algemeen niet meer deelnemen. En werken op het land had ook zo zijn bezwaren. Want veel Joden waren hun bezittingen kwijtgeraakt. En daarbij: twee dagen per week mochten ze niet werken. Immers: zélf hielden ze (op ónze zaterdag) de Sjabbat. En de Kerk verbood het werken op de zondag. Daarom kozen veel Joden voor de industrie en de handel. Dat was ook wel logisch, want de Joden waren intussen over heel veel landen verspreid geraakt. En ze hebben in hun beroep vaak veel succes geboekt. Dat heeft later weer geleid tot afgunst op en haat tegen de Joden. Vooral in de geldhandel werden ze actief. En dan krijg je al snel het beeld van: Joden zijn gierig en hebzuchtig. Het zijn bedriegers: als het over geld gaat, moet je voor ze oppassen! Voor je het weet worden ze weer achtergesteld, verdrukt en vervolgd.