Anne Frank-huis

Jij hebt vast wel eens gehoord van Anna Frank, het Joodse meisje, dat moest onderduiken tijdens de Tweede Wereldoorlog in Amsterdam. Je wil vast wat meer over haar te weten komen en over haar dagboek en het museum waar nu nog alles van haar te zien is.

Leven in Duitsland

Als Adolf Hitler in 1933 in Duitsland aan de macht komt (de nazi’s), wordt het voor de vele Joden in het Duitse Rijk steeds moeilijker. Otto en Edith Frank met hun dochters Margot (1926) en Anne (1929) willen weg uit Duistland. In maart 1933 besluiten ze om naar Nederland te emigreren. Ze komen in Amsterdam terecht.

Nieuw thuis

Vader Otto begint een bedrijf Opekta, jambereiding en verwerking van kruiden, aan de Prinsengracht in het centrum van Amsterdam. Het gezin gaat wonen in een nieuwbouw wijk aan het Merwedeplein, het tegenwoordige Victorieplein. Daar gaan Margot en Anne ook naar school. Het is een fijne tijd voor de kinderen.

Nederland bezet

Op vrijdag 10 mei 1940 valt het Duitse leger ook Nederland binnen. Na het bombardement van Rotterdam geeft ons land zich over. De Duitsers bezetten het hele land. Vanaf 1941 komen er allerlei maatregelen, die de Joden moeten uitsluiten. Joodse kinderen moeten naar aparte scholen, Joodse kinderen mogen niet meer in alle parken spelen, niet meer naar het zwembad en ze moeten een ‘Jodenster’ op hun jas, kleding gaan dragen. Overal worden ze uitgesloten, zelfs wordt hun staatburgerschap afgenomen.

De schuilplaats

De Joden krijgen een oproep om naar de Hollandse Schouwburg te komen. Vandaar gaan er treinen naar Westerbork en later worden de Joden naar de concentratie kampen gebracht en velen eindigen hun leven in de gaskamers. Als Margot een oproep krijgt voor een Duits werkkamp, dan vinden Otto en Edith het te gevaarlijk worden. Ze duiken met het gezin onder. Achter het kantoor van vader is een achterhuis, daar wordt alles ingericht om te wonen. Via een trap met een draaideur (met een boekenkast ervoor) is de geheime woning te vinden. Op 6 juli 1942 gaan ze er wonen. Later komen er nog meer onderduikers bij: De heer en mevrouw van Pels met hun zoon Peter en naderhand Fritz Pfeffer, een Joodse tandarts. Ze kunnen niet naar buiten en overdag moeten ze heel zachtjes doen! Want niemand mag hen horen. Het enige stukje natuur dat Anne kan zien vanaf de zolderkamer is de top van een kastanjeboom. Later gaat deze boom de Anne Frankboom heten. Anne houdt een dagboek bij. Ze schrijft een aantal schriften vol. Na een oproep op Radio Oranje in Londen om dagboeken te verzamelen, die na de oorlog kunnen worden gepubliceerd, herschrijft ze een groot gedeelte. In tien weken schrijft ze 324 vellen vol, maar ze kan het boek niet meer voltooien.

De arrestatie

Op 4 augustus 1944 worden Anne en de andere onderduikers gearresteerd door de Grüne Polizei en Nederlandse politiemensen. Iemand heeft ze verraden. Ze worden via doorgangskamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd. In concentratiekamp Auschwitz komt Anne met haar moeder en zus in een barak. Later moeten Anne en Margot naar Bergen-Belsen. Daar sterft Anne in maart 1945. Ze is 15 jaar oud geworden. Alleen vader Otto Frank overleeft de kampen, alle andere onderduikers vinden de dood. Wie hen heeft verraden, is nooit opgehelderd.

Het dagboek

Twee medewerkers van het kantoor, Miep Gies en Bep Voskuijl geven het dagboek, dat achtergelaten was, aan vader Otto, als hij weer terug is in Amsterdam. Nu gaat de wens van Anne in vervulling en wordt het dagboek in 1947 uitgegeven onder de titel ‘Het Achterhuis’. Later wordt het in vele talen vertaald en het wordt wereldberoemd!

Van schuilplaats tot museum

Na de oorlog raakt het achterhuis in verval. Daarom wordt de Anne Frank Stichting opgericht. Het achterhuis wordt helemaal in originele staat hersteld en nu is het een museum en informatiecentrum. Het is één van de drukst bezochte musea in Amsterdam. Als je er gaat kijken, stap je zo in de leefwereld van de onderduikers en krijg je heel veel informatie.