Joodse begraafplaatsen

Bet Kevarot

Joodse begraafplaatsen in Nederland

Je hebt ooit in je leven misschien wel eens een joodse begraafplaats gezien. De begraafplaats die je zag was echt alléén maar voor joden bedoeld. Waarom eigenlijk? Hoe zit dat nou allemaal precies met joodse begraafplaatsen? Hier lees je er meer over

In Nederland zijn zo’n 230 Joodse begraafplaatsen te vinden. Veel joden kwamen in de 16e en 17e eeuw in Nederland wonen, omdat hier vrijheid van godsdienst was. De joden die stierven, werden begraven op een aparte joodse begraafplaats. Waarom was dat nodig? Wat is er dan anders aan een joodse begraafplaats dan een gewone Nederlandse? We zullen proberen om je hier een antwoord op te geven.

Namen

Allereerst de namen. Voor een joodse begraafplaats zijn drie namen:
Bet Chajiem (huis van het leven)
Bet Olam (huis van de wereld)
Bet Kevarot (huis der graven)

Ruimen

Joodse graven zijn vaak heel oud. Dat komt doordat je volgens de joodse wet een begraafplaats niet mag ruimen, wat op gewone begraafplaatsen regelmatig gebeurd. Een begraafplaats is voor de joden een eeuwige en heilige plaats. Je kunt je wel voorstellen dat een joodse begraafplaats daarom snel vol is. Daar hebben de joden een oplossing voor. Ze leggen een laag aarde over de volle begraafplaats heen zodat er in deze laag opnieuw mensen begraven kunnen worden. Dit kan verschillende keren herhaald worden. Als het niet anders kan en een Joods graf echt geruimd móet worden, dan kan het rabbinaat daar toestemming voor geven. Bij de uitvoering ervan moet er een rabbijn in de buurt zijn, die toezicht houdt. Alles wat dan nog aan menselijke resten gevonden wordt, wordt in verschillende kisten, in één graf begraven.

Ligging

Een joodse begraafplaats ligt bijna altijd buiten de bebouwde kom. Een overledene is volgens de joodse wetten onrein. En iets wat onrein is hoort buiten het dorp. Priesters mogen daarom ook niet op een begraafplaats komen. Omdat mensen uit een priesterlijke familie ook het graf van een familielid willen bezoeken, worden deze mensen tegen de paden aan begraven. Zo kan een priester op het pad blijven en toch naar het graf van een familielid gaan. Het pad is namelijk niet onrein. De achternamen Cohen, Caan, Cahen, Caenen enz. duiden op een priester als voorgeslacht. Het pad waar deze mensen aan begraven liggen wordt dan ook het Kohaniempad genoemd.

We zeiden het al. De begraafplaats is voor de joden een heilige plaats. Het is de plaats waar de doden weer op zullen staan uit het graf als de Messias komt. Daarom dragen de mannen een keppel als ze naar de begraafplaats gaan. Ze lopen niet over graven en ze gaan aan de zijkant van de steen staan als ze daar iets aan moeten doen. Het was in Nederland gebruikelijk dat de mensen begraven werden met hun voeten naar het oosten en het hoofd naar het westen. Bij de opstanding zijn ze dan meteen gericht naar het oosten, naar Jeruzalem.

De grafsteen

Als een joods persoon overleden is, moet die volgens de joodse wet zo snel mogelijk begraven worden. Als de rouwperiode, die duurt een jaar, afgelopen is komt er pas een steen op het graf.
Bij de Sefardische (Portugese Joden) begraafplaatsen liggen de stenen plat, bij de Asjkenazische (Hoogduitse Joden) begraafplaatsen staan de stenen overeind.
Op de steen staat de tekst vaak in zowel het Hebreeuws als in het Nederlands. Bijna alle joodse grafstenen beginnen en eindigen met dezelfde tekst.
Soms zie je bovenaan een grafsteen ook een afbeelding staan. Dit geeft soms de afkomst van der personen weer. Twee zegenende handen duiden op iemand uit een priesterlijk geslacht. Een waterkan laat zien dat iemand afstamde van de Levieten. Je ziet soms ook een afbeelding van een sjofarhoorn of een davidsster op de steen staan.
Als een joods persoon bij het graf van een geliefde is geweest legt hij daar altijd een steentje op. Het laat zien dat je er geweest bent.