Lezen en schrijven
In de Bijbel lezen we niet van georganiseerd onderwijs,
zoals wij dat kennen. Vader en moeder hadden de taak om de kinderen de nodige
kennis bij te brengen. Hierbij speelde, als het goed was, ook de godsdienstige opvoeding
een rol.
Onderwijs in de Wet
In Deut. 4:9 lezen we dat de Wet van God van geslacht tot geslacht moest worden doorgegeven. En Salomo dringt erop aan dat kinderen al vroeg de ‘eerste beginselen’ moeten worden bijgebracht. Als ze ouder zijn geworden zullen ze daarvan profiteren. Dit onderricht was meestal mondeling.
Later gebeurde dat onderwijs ook wel door personeel van de tabernakel. Zo zal Samuël zeker Eli als leermeester hebben gehad. In de tijd van het Nieuwe Testament waren er instellingen waar de kinderen kennis verkregen uit de Tenach (het Oude Testament). We denken aan de geschiedenis van de twaalfjarige Jezus, die zat “in het midden der leraren” (Luk. 2:46).
Schrijven en lezen
Konden veel mensen in de tijd van de Bijbel lezen en schrijven? Daar wordt verschillend over gedacht. Maar het zou mee kunnen vallen. Mozes kon het in elk geval, maar hij had ook een gedegen opleiding gehad aan het Egyptische hof. In Richt. 8:14 weet een willekeurige jongen uit Sukkoth zomaar de namen van 77 stadsbestuurders op te schrijven. Koningin Izebel schreef brieven met de bedoeling om Naboth te laten arresteren. De profeet Habakuk moest een tekst opschrijven, zodat voorbijgangers die konden lezen (Hab. 2:2). En Jeremia schreef zelf een brief naar de ballingen in Babel (Jer. 29:1). Werd er grond gekocht, dan moest alles netjes worden genoteerd (Jer. 32:10-12).
Er moeten wel beroepsschrijvers zijn geweest. Want in het visioen van Ezechiël (9:2) wordt gesproken over een man die een “schrijvers-inktkoker” bij zich draagt. En volgens 1 Kron. 2:55 werd in de schoonfamilie van Mozes ook het schrijversvak beoefend.
► Filippus en de kamerling beeld: FreeBibleimages
Merkwaardig is dat het lezen in de oude tijd vrijwel steeds hardop werd gedaan. Denk aan Filippus die de kamerling uit Jesaja “hoorde lezen” (Hand. 8:30). Een van de redenen was dat de woorden van een zin aaneen werden geschreven, dus zonder tussenruimte. En dan is de tekstgemakkelijkertebegrijpen als je voor jezelf hardop leest. Vind je ook niet?
Materialen
Er werd veel geschreven op potscherven, vooral als het om korte berichten of mededelingen ging. Ook kennen we papyrus (waar ons woord ‘papier’ vandaan komt). We lezen van dit gewas in Jes. 19:7. Van de stengel werden stroken gesneden die dwars over elkaar gelegd werden. De bladen werden samengevoegd tot schrijfrollen. Meestal waren deze aan één kant beschreven. In het vochtige Palestina is hiervan niet veel bewaard gebleven. In tegenstelling tot Egypte met zijn droge klimaat. Later werden er ook schrijftafeltjes gebruikt, zoals we lezen bij de geschiedenis van Zacharias (Luk. 1:63).
Pen en inkt
En dan was er ook nog perkament. Dat materiaal komen we éénmaal in de Bijbel tegen (2 Tim. 4:13). Het werd gemaakt van dierenhuiden. De naam komt van de stad Pergamum (Op. 2:12), waar het veel werd geproduceerd. Perkament was nogal prijzig, maar duurzamer dan papyrus. Het werd wel gebruikt voor belangrijke documenten.
Ook pen en inkt waren nodig. De pen was meest van riet, dat je het beste kon betrekken uit Egypte. De inkt werd gemaakt uit roet of koolstof met een bindmiddel. De tekst was gemakkelijk met water uit te wissen. Maar tegelijk verbazen we ons over de kwaliteit: de letters zijn nu (na een paar duizend jaar) nóg vaak te ontcijferen!
Wist je dat?
Als je niet kon schrijven en je moest een belangrijk document ondertekenen? Dan mocht je ook een kruisje zetten. Bij de Joden was dat de laatste letter van het alfabet. Die kennen we als de Tau of Tav (zie het eind van Ps. 119). In het oude Hebreeuwse schrift gaf men dat aan door een kruisje. Met dezelfde letter werden ook de mensen getekend in het visioen in Ezech. 9:4.