Byzantijnen en Arabieren


Vanaf het begin van de vierde eeuw wordt Palestina onderdeel van een christelijk en later van een islamitisch rijk. Er verandert veel in het gebied. De Joden worden een minderheid in hun eigen land. Steeds komt er een andere overheerser. Dit maakt van het Midden-Oosten een 'smeltkroes' van geloven en culturen. Dat zien we vandaag nog steeds duidelijk.

   Byzantijnse periode    

Om problemen bij de troonopvolging in het Romeinse Rijk te voorkomen verdeelt de keizer het rijk in een oostelijke en een westelijke rijkshelft, elk met zijn eigen ‘augustus’ (opperkeizer). Palestina komt in het oostelijk gedeelte te liggen. In 330 wordt door keizer Constantijn de Grote ook de hoofdstad verplaatst van Rome naar Byzantium in het voordelige en militair belangrijkere oostelijk deel. De naam Byzantium wordt veranderd in Nova Roma (= ‘Nieuw Rome’), maar zal na zijn dood officieel bekend worden als Constantinopel (= ‘Stad van Constantijn’). De nieuwe hoofdstad is zeer strategisch gelegen en daardoor goed te verdedigen. Mede daardoor is het Oost-Romeinse Rijk lang in stand gebleven, nog tot 1453.

   Poging herbouw tempel   

In het jaar 363 is er een keizer aan het bewind die ook een christelijke opvoeding heeft gehad. Maar daar heeft hij afscheid van genomen. Daarom wordt hij genoemd: Julianus de Afvallige. Hij weet dat Jezus heeft gezegd dat van de tempel in Jeruzalem geen steen op de andere zal blijven staan. Hij gaat daar dwars tegenin en geeft opdracht om de tempel te herbouwen. Maar al snel volgen er tegenslagen. Een aardbeving maakt het werk onmogelijk, er breekt ook brand uit (sommigen zeggen dat er vuur uit de aarde kwam), waarbij arbeiders worden gedood. Het gevolg is dat de werkzaamheden worden gestaakt. In hetzelfde jaar komt de keizer om in de strijd.

In 395 valt het rijk definitief uiteen in een westelijk en oostelijk deel. Constantinopel – tegenwoordig: Istanboel – blijft de hoofdstad van het oostelijk deel, maar in het westen wisselt de hoofdstad enkele keren. Deze tijd, van 313 tot 637, heet de Byzantijnse periode. In het laatstgenoemde jaar namelijk wordt Palestina veroverd door de moslims.


► Een van de christelijke bouwwerken: de Heilig Grafkerk in Jeruzalem (uit de 4e eeuw). Dit schilderij toont hoe deze er in de 19e eeuw uitzag.

Het christelijk geloof is intussen uitgegroeid tot een volwaardige godsdienst. Het wordt het officiële geloof van het Romeinse Rijk, nadat keizer Constantijn zich ertoe bekeert. In Israël neemt het aantal christenen enorm toe. Met de nog geldende beperkende maatregelen voor Joden lijkt dit gebied ineens een sterk christelijk karakter te krijgen. Zeker met alle kerken en andere godsdienstige gebouwen die overal verrijzen.

De opkomst van het christendom als officiële godsdienst zorgt ervoor, dat het land Israël steeds meer wordt gezien als het 'Heilige Land'. Het christendom wordt de staatsgodsdienst, de positie van Joden in de samenleving wordt slechter.

   De Arabische cultuur    

In het jaar 637 wordt Jeruzalem veroverd door de Arabieren. Inmiddels heeft de islamitische profeet Mohammed zijn godsdienst op het Arabisch schiereiland (Azië, in de hoofdstad Mekka van de provincie Mekka in Saoedi-Arabië) gevestigd. De nieuwe heersers doen in het begin niet moeilijk tegen de Joden in dit gebied. Sterker nog, ze krijgen weer toestemming om in Jeruzalem te wonen. Maar ze worden wel verplicht om meer belasting te betalen.
De leiders van de Arabieren, de kaliefen, noemen dit nieuwe deel van het rijk: Palestina. Zelf hadden ze namelijk nog geen naam voor dit gebied. Dus gebruiken zij een deel van de Romeinse naam: Syrisch Palestina.


► Mekka: de Grote Moskee met het heiligdom de Kaäba

Terwijl Joden en christenen meestal trouw blijven aan hun eigen geloof en cultuur, nemen de meeste andere bevolkingsgroepen in Palestina geleidelijk de Arabische cultuur en het islamitische geloof over. Aangezien de meeste groepen door de eeuwen heen met elkaar vermengd zullen raken, heeft deze ‘arabisering’ uiteindelijk ertoe geleid dat die mensen zichzelf als Arabisch beschouwen.

   Allemaal Arabieren    

Zoals de Arabische christenen bewijzen, is de ‘nieuwe’ Arabische afkomst niet aan een bepaald geloof gebonden. Terwijl niet-christenen en niet-joden de Arabische cultuur en het islamitisch geloof overnemen, herkennen christenen zich, gezien hun herkomst, nu evenwel als Arabier, maar dan met een ander geloof.
Aan het einde van ruim 400 jaar Arabische overheersing is de Joodse gemeenschap een uitgedunde minderheid. Vanwege de hoge belastingen en allerlei maatregelen wijken veel Joden uit naar het buitenland. Daarbij komt dat het grootste deel van de niet-Joodse bevolking islamitisch is geworden.

Deze islamitische overheersing is een doorn in het oog van de Europese christenen. Immers, steden als Jeruzalem, Nazareth en Bethlehem zijn door andersgelovigen bezet, terwijl dit voor christenen belangrijke plaatsen zijn. Tenslotte wordt in de elfde eeuw in Europa besloten om hieraan een einde te maken: de Kruistochten worden georganiseerd.

   Antisemitisme    

In de tijd die we hier hebben besproken (meer dan 700 jaar) hebben de Joden in Palestina en ook daarbuiten heel veel te verduren gehad. Achterstelling, verdrukking en vervolging. Over dit antisemitisme kun je via deze links meer lezen:

Verdrukt door de Kerk
Vervolging
en de daarna volgende pagina's