Thorarol en jad

Thorarol en jad


De vijf boeken van Mozes hebben bij de Joden een grote betekenis. Ze worden wel genoemd: de Wet, of in hun taal: de Thora. Ze geven ze ook andere namen dan wij gewend zijn:
Genesis = Beresjiet
Exodus = Sjemot
Leviticus = Wajikra
Numeri = Bamidbar
Deuteronomium = Dewariem

Deze geschriften worden niet zomaar in een boek opgenomen, maar ze moeten op een rol geschreven worden. Inderdaad: geschreven met de hand, met behulp van een ganzen- of kalkoenveer. Op perkament, dat afkomstig moet zijn van reine dieren. De Thora is zo groot, dat er in totaal wel 40 stukken perkament nodig zijn, die aan elkaar vastgemaakt moeten worden. Dat wordt gedaan door middel van pezen, óók weer van… reine dieren.

   Pas op voor fouten!   

De inkt moet niet te dun zijn en toch niet zo dik dat de letters van het perkament kunnen springen. Een werk dat vele maanden in beslag kan nemen. Dat is geen wonder, als je bedenkt dat de kolommen op de rol aan beide kanten recht moeten zijn. En men mag ook geen gebruik maken van afgekorte woorden. Bovendien: het Hebreeuws kent geen klinkers én de heilige tekst van de Thora heeft ook geen leestekens, punten of komma’s. En er moet heel nauwkeurig gewerkt worden. Want als er een fout in sluipt, dan moet die binnen een aantal weken worden hersteld. Maar dat kan niet met de Naam van God, want die mag niet uitgewist worden…
Als het karwei achter de rug is en alle vellen aan elkaar zitten wordt aan elk van de beide uiteinden van de rol een stok gemaakt om hem op te kunnen rollen.

Voor de synagoge is de rol een kostbaar en heilig bezit. Om beschadiging of verontreiniging te voorkomen wordt er een kleed omgedaan. De rol wordt opgeborgen in een speciale kast: de heilige ‘ark’.

   Voorlezen   

Het is dus een grote inspanning voor de voorlezer van de Wet in de synagoge! Probeer zelf maar eens wijs te worden uit de volgende regels:

TSKT  ZD  J  TD  KND  K
NZL TNK KLKKMG Z TN

Pas op: je moet van rechts naar links lezen! En als de woorden door spaties zijn gescheiden, dan heb je nog geluk, want in heel oude geschriften werd dat ook niet altijd gedaan…

Op de foto zie je een jongen die zijn Bar Mitswa doet. De Thorarol, waaruit hij mag voorlezen, is rijk versierd. Je begrijpt dat het voor zo'n jongen heel spannend is om dat voor het eerst in het openbaar te doen. Daarbij worden de woorden aangewezen met een jad, een zilveren stokje. Dat eindigt in een ‘handje’ met uitgestoken vinger. Vandaar de naam: yad = "hand". De heilige tekst mag immers niet aangeraakt worden! Ook dit stokje is vaak rijk versierd. Daarbij staat men op een soort verhoging (biema) midden in de synagoge. De aanwezigen mogen wel meelezen in een Bijbel mét klinkers.