De Bijbel in Israël

De Bijbel als geschiedenisboek

Je kunt in het artikel joodse godsdienst in het algemeen lezen dat de Bijbel in Israël ‘Tenach’ heet. Dat is alleen het Oude Testament. De joden geloven niet dat het Nieuwe Testament in de Bijbel hoort. Iedere inwoner van Israël heeft het Oude Testament in huis. Dat is te begrijpen als het een godsdienstige jood is. Maar ook mensen die geen godsdienst hebben lezen in het Oude Testament! Dat lijkt heel onbegrijpelijk, maar dat is het niet. Voor alle Joden is het Oude Testament namelijk hun geschiedenisboek.

In de Tenach kunnen ze lezen over Abram, hun eerste voorvader. Hoe hij uit Ur werd geroepen om te gaan naar een land dat de Heere hem zou wijzen. Dat land is Israël waar ze nu in wonen. In het Oude Testament staat ook hoe het Joodse volk is uitgegroeid tot een groot volk. Ze zijn in Egypte geweest en weer teruggekeerd in Kanaän. David is koning geworden in Jeruzalem. Dat was in 1997 drieduizend jaar geleden. Ze hebben er in Jeruzalem een groot feest van gemaakt. Ook de koningen na David staan beschreven in de Tenach: Salomo, Hiskia, Manasse en vele anderen. (Zie voor andere geschiedenissen de jaartallenlijst na dit hoofdstuk.)

Voor ons hebben al deze geschiedenissen te maken met de Heere en Zijn dienst. Voor de inwoners van Israël niet. Voor hen gaat het in de Tenach over hun voorvaders en koningen. Alleen de godsdienstige joden geloven dat het Oude Testament het Boek van God is.

De Bijbel in het dagelijks leven

Omdat iedereen in Israël het Oude Testament kent, gebruiken Joden vaak bijbelteksten in hun dagelijks taalgebruik. Ze doen dat op hun werk, op school en thuis.

Als iemand zichzelf heel goed vindt, wordt er nogal eens tegen hem gezegd: ‘mie samega?’ Dat betekent: ‘wat denk je wel van jezelf?’ Deze woorden staan in Exodus 2 vers 14. Daar zeggen twee Hebreeuwse mannen tegen Mozes: ‘Wie heeft u tot een overste en rechter over ons gezet?’ In het Hebreeuws staan daar de woorden: ‘mie samega?’

Als er iets is gebeurd wat niet leuk is, wordt er vaak geroepen: ‘éleh eloéga, Jisraël!’ Dat betekent: ‘zo is het helaas’. Maar in werkelijkheid zijn het Bijbelwoorden uit Exodus 32 vers 4, waar staat: ‘Dit zijn uw goden, Israël’.

We vinden ook woorden uit het Oude Testament terug in allerlei namen. De naam van de moderne stad Tel Aviv kun je lezen in Ezechiël 3 vers 15. Dicht bij Tel Aviv ligt de stad Risjon Letsion. Deze naam kun je vinden in Jesaja 41 vers 27, waar staat: ‘Ik de Eerste, zeg tot Sion’.

Zelfs de naam ‘El-Al’, de grootste vliegtuigmaatschappij van Israël staat in het Oude Testament. Het staat in Hosea 11 vers 7 en betekent: ‘tot de Allerhoogste’

De Bijbel op school

Op alle scholen in Israël is onderwijs uit het Oude Testament een verplicht vak. Twaalf jaar lang krijgt iedere leerling drie uur per week Bijbelonderwijs. Dat gebeurt niet alleen op de godsdienstige scholen, maar ook op de openbare scholen.

Je begrijpt dat men op de godsdienstige scholen anders les geeft uit het Oude Testament dan op de openbare scholen. Op de godsdienstige scholen moeten de leerlingen heel veel leren over de wetten in het Oude Testament. Op streng godsdienstige scholen krijgen de meisjes zelfs apart les in het klaarmaken van het eten volgens de wetten van het Oude Testament!

Op de openbare scholen mag de leerkracht zelf bepalen wat hij vertelt over het Oude Testament. Meestal vertelt hij alleen de mooie geschiedenisverhalen. Een ander vindt het weer heel belangrijk dat de kinderen weten welke wijsheden in het boek Prediker staan.

Toch zijn er een aantal verplichte onderdelen voor alle scholen. Zo behoren dertig psalmen tot de verplichte leerstof. Ook moeten de leerlingen het Oude Testament leren zien als een bijzonder waardevol boek voor het Joodse volk.

Toch moeten we zeggen dat de leerlingen geen onderwijs krijgen over de ware God van Israël De leerlingen weten wat er in het Oude Testament staat en toch kennen ze de Heere niet. Bovendien weten ze niet dat er nog een deel van de Bijbel is: het Nieuwe Testament.