Metaalbewerking


In de Bijbel lees je vaak van metalen voorwerpen, gemaakt van koper, zilver en goud. Denk alleen nog maar aan de materialen die voor de tabernakel nodig waren (Ex. 25:3). Maar ook komen we tin, lood en ijzer tegen.

   Koper   

Het meest algemene metaal was toch wel koper. Het vond toepassing in allerlei gereedschappen. En denk ook maar aan de grote hoeveelheid koper in de uitrusting van de reus Goliath (1 Sam. 17: 5-6). Ook scepters en kronen van koper heeft men opgegraven.


► David en Goliath     beeld: FreeBibleimages

Een belangrijke vindplaats van koper was de omgeving van Funon. Dat is ten zuiden van de Dode Zee, in de zogeheten Araba, een soort inzinking (of slenk) in de aarde, die helemaal naar de Rode Zee (tegenwoordig Golf van Akaba) doorloopt. Je had daar vaak een straffe noordenwind. Dat was ideaal voor het werk in de kopermijnen. Het vuur voor het smelten van het erts kon daarmee extra worden aangeblazen. En daarmee was de temperatuur te bereiken van 1100 graden, die je nodig had om het koper te smelten.

In deze buurt was al vele honderden jaren mijnbouw, toen de Israëlieten onder leiding van Mozes er langstrokken (Num. 33:42). Het was ook de omgeving waar de koperen slang werd gemaakt (Num. 21:9). Je begrijpt dat nu ook beter.


► De Araba, een inzinking in de aarde

Het klopte dus wat God aan de Israëlieten had beloofd in Deut. 8:9, namelijk dat zij uit de bergen van het beloofde land koper zouden houwen. Vooral in de tijd van Salomo was het daar een en al bedrijvigheid. Waarschijnlijk hebben de Joodse arbeiders zich goed laten voorlichten door de buitenlandse werknemers.
Wel was een enorme hoeveelheid hout nodig om de koperovens 'aan de praat' te houden. Op de duur werd de aanvoer van geschikt hout zo lastig, dat de mijnen in verval raakten. 

   Brons   

Een nadeel van koper was dat het nogal gemakkelijk kon slijten. Het was ook minder goed in een mooie vorm te gieten en bovendien tamelijk zacht. Vandaar dat men steeds meer overging tot het gebruik van brons. Dat was koper met daaraan een beetje tin toegevoegd. Wel een duurdere oplossing, want het tin moest vanuit verre landen (zoals Azië) worden aangevoerd. Maar dan had je ook wat: een harder metaal, makkelijker te smelten, met mooie en scherpere gietresultaten. Vooral bij de constructie van wapens was dat belangrijk.
Lastig is dat de Bijbel geen apart woord voor ‘brons’ heeft. Als we dus over koper lezen, moeten we in het achterhoofd houden dat er evengoed brons bedoeld kan zijn.

   IJzer   

Men ontdekte in het gewonnen kopererts ook een ander metaal: ijzer. Dat was moeilijker te smelten, maar het was een stuk harder dan brons. Het werd al snel gebruikt als versteviging van strijdwagens door de Kanaänieten (Joz. 17:16).
En niet te vergeten: de Filistijnen, die zo’n beetje het alleenrecht op dit metaal dachten te hebben. Want de Joden moesten in de tijd van Samuël naar de Filistijnen toe als hun gereedschappen moesten worden onderhouden. Hun werd door de vijand niet toegestaan om een smid te hebben (1 Sam. 13:19-20). Want anders zouden de Israëlieten gemakkelijk aan wapens kunnen komen. We lezen trouwens wel dat David later genoeg ijzer kon verzamelen om dat te bestemmen voor de tempelbouw.

   Goudsmeden   

Goud is wel de ‘koning’ van de metalen. Dit werd in het zuiden van Israël aangetroffen. Of het werd ingevoerd vanuit andere landen, bijvoorbeeld Egypte, Soedan of Ofir (waarvan we de ligging niet kennen). Bij de bouw van de tabernakel was men al vaardig in het verwerken van goud: volgens Ex. 39:3 werd het tot dunne platen geslagen of in smalle repen (draden) gesneden.
Er waren ook goudsmeden in het land; in het boek van de Richteren (17:4) lezen we er al van. En later bestraffen Jesaja (46:6) en Jeremia (10:9) de mensen die een goudsmid inhuren om een afgodsbeeld te maken.