Werken
Akkerbouw
In het oude Israël was akkerbouw bijzonder belangrijk. Het graan was nodig om brood te bereiden. De ‘gewone’ man besteedde een flink deel van het jaar aan werk op het land.
Lees meer
Wijn en olie
De teelt van druiven viel eigenlijk niet onder de akkerbouw – beter is het als ‘tuinbouw’ te beschouwen. Wijnbouw kon (en kun) je tegenkomen in Galilea, op de Karmel en zelfs in de woestijn.
Lees meer
Spinnen en weven
In de Bijbel wordt meerdere malen gesproken over het maken van kleren. Je leest over naaien, borduren, spinnen en weven. Vooral worden genoemd: wol en linnen. Wol kwam van geiten en schapen.
Lees meer
Schapen hoeden
De Israëlieten hadden, toen ze in het land Kanaän kwamen, niet helemaal hun zwervende bestaan vaarwel gezegd. Het houden van schapen en geiten bleef belangrijk.
Lees meer
Jagen en vissen
Israël was een land van wilde dieren. Aan de oevers van de Jordaan, waar het vochtig én warm kon zijn (een soort oerwoud) zaten er genoeg - zelfs leeuwen. Er werd ook gejaagd op herten en reeën.
Lees meer
Kleiproducten
Het werken met klei was bij andere volken goed bekend, maar de Israëlieten hebben dat in Kanaän moeten leren. Ze maakten er aardewerk van, kruiken, potten en pannen.
Lees meer
Werken in de bouw
Het was heel belangrijk dat een bouwwerk een stevige basis had. Bij een huis zorgde men eerst voor een fundering van zware rotsblokken. Of men bouwde rechtstreeks op een vaste rotsbodem.
Lees meer
Metaalbewerking
In de Bijbel lees je vaak van metalen voorwerpen, gemaakt van koper, zilver en goud. Denk alleen nog maar aan de materialen die voor de tabernakel nodig waren.
Lees meer