Arbeiders en slaven


Men beschikte in de Bijbelse tijd niet over de moderne machines, waarmee men tegenwoordig bouwwerken kan laten verrijzen. Wat overbleef: het massaal inschakelen van arbeiders, of beter gezegd: slaven.

   Knechten van Salomo   

Zeker heeft Salomo bij zijn kopermijnen gebruik gemaakt van buitenlandse arbeiders. Deze slaven waren vooral krijgsgevangenen, die ten zuiden van de Dode Zee aan het werk gezet werden. Maar ook de nakomelingen van de heidense volken die in Kanaän waren overgebleven moesten aan de slag. Dat vind je in het voorschrift van Deut. 20:10-11. Volgens 1 Kon. 9:20-21 heeft Salomo die ook ingezet. Deze mensen werden wel de “knechten van Salomo” genoemd.

   Slaven   

Daarnaast waren er slaven en slavinnen in particulier bezit. Vaak waren dat mensen die tot armoede waren vervallen. Misschien hadden ze schulden gemaakt, die ze niet konden betalen. Vergeet niet: in die tijd waren er nog geen banken, waar je geld kon lenen. Of voorzieningen, zodat je bij de diaconie of de overheid kon aankloppen. Dan was een oplossing om jezelf (of samen met je vrouw) te verkopen als slaaf.


► Jozef als slaaf verkocht   beeld: www.gospelimages.nl

Maar er was wel een regeling, die alleen gold voor Joodse slaven (of: dienstknechten). Wanneer namelijk iemand zijn heer zes jaar lang had gediend, mocht hij – als hij dat wilde – vrij worden. Dat lezen we in Ex. 21:2. Hij kon er ook voor kiezen om bij zijn baas te blijven. Zeker zal dat wel gebeurd zijn, want sommige slaven zagen het echt niet zitten om voortaan weer voor zichzelf te moeten zorgen…

   Mensonterend   

We kunnen dus de 'slavernij' van de Bijbel beslist niet vergelijken met die in onze tijd. Er is genoeg gesproken over de misstanden waarmee de slavenhandel in de 16e tot en met de 19e eeuw gepaard ging. Afrikanen werden onder mensonterende omstandigheden naar Amerika verkocht en moesten daar keihard werken. En God had ook gezorgd voor wetten waarin de slaven beschermd werden. Bijvoorbeeld, als een slaaf wegliep bij een baas die hem slecht behandelde, mocht hij, als hij werd gevonden, niet naar zijn eigenaar worden teruggestuurd (Deut. 23:15-16). En het was ook een grote zonde om een mens te stelen en hem daarna als slaaf te verkopen (Ex. 21:16).

   Romeinen   

In de tijd van het Nieuwe Testament waren de slaven vooral belangrijk bij de bouwprojecten in het Romeinse Rijk. Het ging mogelijk wel om meer dan 10% van de bevolking. En ook hier waren het vaak arbeiders, afkomstig uit de door de Romeinen overwonnen volken. Maar in het algemeen hadden zij het goed. Veel slaven kregen een prima opleiding, zodat ze het soms verder schopten dan hun eigenaar. Ze kregen belangrijke taken, zoals op het gebied van onderwijs. De zogeheten pedagoog (“tuchtmeester”) van Gal. 3:24 was een slaaf die de kinderen van zijn heer in het gareel moest houden en ze veilig naar school brengen.

   Vrijgelatenen   

Veel slaven werden na verloop van tijd door hun meester vrijgelaten. Soms speelde daarbij het geld een rol. Want een zieke slaaf, die steeds verzorgd moest worden, kostte meer dan dat hij opbracht. Ook kwam het voor dat een slaaf zich kon vrijkopen. Als een slaaf goed was behandeld, was het de gewoonte dat hij na zijn vrijlating – uit dankbaarheid – de naam van zijn meester aannam.

In Handelingen 6:9 lezen we van “Libertijnen”. Dat betekent: vrijgelatenen. Het waren Joden die lange tijd in Rome slaaf waren geweest, maar door de keizer in vrijheid waren gesteld. Ze hadden blijkbaar een eigen synagoge.

   Strenge regels   

Het is opvallend dat Jezus in Zijn gelijkenissen nergens negatief over slavernij spreekt. Ook christenen hadden slaven; we lezen bijvoorbeeld over Rhodé in Handelingen 12. Zij zullen hun dienstknechten over het algemeen correct behandeld hebben. Maar dat was in de wereld van toen zeker niet vanzelfsprekend.

In het Romeinse Rijk waren er strenge regels. Tegen een weggelopen slaaf werd hard opgetreden. Werd hij gepakt, dan kreeg hij de letters FUG (van fugitivus = vluchteling) op zijn handen en voorhoofd gebrand. Hij werd zwaar vernederd. Sommige meesters lieten zo’n slaaf zelfs in de arena voor de wilde dieren werpen. Dan is het met de gevluchte slaaf Onésimus (Filemon: 15-16) heel wat beter afgelopen!

   Wist je dat?   

Volgens de Bijbel (Gen. 37:25, 28 en 36) werd Jozef als slaaf meegenomen naar Egypte door nakomelingen van Ismaël, Midian en Medan. Dat waren drie zonen van... overgrootvader Abraham! Van je familie moet je het maar hebben...