Rome grijpt in


Een mooie tijd breekt aan voor Judea - zo lijkt het. Het land is vrij, heeft een eigen koning en hogepriester. Johannes Hyrkanus, de zoon van hogepriester Simon, zwaait de scepter over het Joodse land.

   Veroveringen   

Hij vindt zijn rijk niet groot genoeg en gaat op oorlogspad. Hij verovert het gebied van de Edomieten, die gedwongen worden de Joodse godsdienst aan te nemen. Hij voegt ook Samaria aan zijn rijk toe; de tempel van de Samaritanen op de berg Gerizim wordt verwoest. Geen wonder dat de Joden en de Samaritanen later niet veel van elkaar moesten hebben! Je leest dat in Johannes 4, waar Jezus spreekt met de vrouw uit Samaria. In die tijd was de tempel op de Gerizim er dus al niet meer...

   Tegen de Farizeeën   

Niet alle Joden zijn gelukkig met hun koning. Vooral de Farizeeën zijn tegen hem gekant. Want je mocht geen koning én hogepriester tegelijk zijn! Maar Hyrkanus gaat hier dwars tegenin en sluit zich aan bij de Sadduceeën. Als hij in het jaar 104 voor Chr. sterft wordt hij opgevolgd door zijn zoon. Maar die is in het éne jaar dat hij regeert niet veel beter. Ook hij verovert gebieden buiten Judea, waar ook Joden naar toe trekken.


► Restanten van de tempel van de Samaritanen

Dan komt zijn broer Alexander Janneüs aan het bewind. En dat ís me er een! Ook hij laat zich koning en hogepriester noemen. Ook hij voert oorlogen tegen buitenlandse steden. Hij neemt heidense troepen in dienst. Een vreselijke man, die niet terugdeinst voor moordpartijen, als hem iets niet aanstaat. Hij wekt het ongenoegen op van de Farizeeën, omdat hij met een weduwe is getrouwd. En dat is volgens de wet (Lev. 21:14) voor een hogepriester niet toegestaan!

   Vreemd Loofhuttenfeest   

Eens, tijdens een Loofhuttenfeest, gaat het helemaal mis. Op dat feest is het de gewoonte om water tegen het altaar van de tempel te gieten. Daarmee wordt uitgesproken dat men op veel regen in de winter hoopt. En dus op een vruchtbaar jaar. Maar de hogepriester stort het water gewoon uit op de grond. Grote ontsteltenis bij het volk. Dat is heiligschennis! De koning wordt van alle kanten met harde citroenen bekogeld. De mensen kennen Alexander wel! Dat zal hij er niet bij laten zitten. Uit wraak laat hij duizenden mensen doden, waarna een opstand uitbreekt, met ook weer zeer veel slachtoffers. Vele van zijn tegenstanders (waaronder ook Farizeeën) laat hij kruisigen. Hij is dus gehaat bij een groot deel van het volk.

   Een koningin...   

Dit alles duurt tot zijn dood in het jaar 76. Hij wordt opgevolgd door zijn vrouw Alexandra, die dus koningin van de Joodse staat wordt! Negen jaar lang gaat het, tot grote opluchting van velen, behoorlijk voorspoedig in het land; ook geeft ze de Farizeeën weer meer invloed. Maar uiteindelijk krijgen haar beide zoons het met elkaar aan de stok. Een strijd om de macht! Na het overlijden van Alexandra ontstaat er een burgeroorlog. Dat is helaas wat er van het zo veelbelovend begonnen rijk van de Makkabeeën (Hasmoneeën) is terecht gekomen.
Jaloezie, moord en doodslag...

   Het vervolg?   

Wie moet die puinhoop opruimen en orde op zaken stellen?
Het leger van de Romeinen is in de buurt. Zij vinden dat er maar eens rust moet komen in Judea. Dan, in het jaar 63 voor Chr., grijpen ze in: Jeruzalem wordt ingenomen en Judea wordt toegevoegd aan het Romeinse Rijk.

Wil je weten hoe het verder is gegaan met de Joden in hun land? Dat lees je in het volgende hoofdstuk.