De Bar Kochba-opstand


De verwoesting van de stad Jeruzalem en de tempel in het jaar 70 betekent nog niet meteen het einde van het Joodse verzet. De rebellen verschansen zich in burchten als Herodion, ten zuiden van Jeruzalem, en Massada, bij de Dode Zee. Deze laatste vesting wordt pas drie jaar later door de Romeinen ingenomen!
Het is ook nog niet gedaan met de Joden. Hoewel Jeruzalem een ‘verboden stad’ geworden is, zijn er nog synagogen in het land. En een plaats waar men Joodse studies kan volgen. Maar Judea is bezet door Romeinse troepen; in Jeruzalem wordt een militair kamp gesticht.

   Joden in verzet   

In andere landen, zoals in Noord-Afrika en Mesopotamië, zijn intussen veel Joden komen wonen. In het jaar 115 breken daar conflicten uit tussen Joden en heidenen, waarbij veel slachtoffers vallen.
Maar een paar jaar later komt er een nieuwe keizer, Hadrianus. Deze bezoekt het Joodse land en maakt een plan om Jeruzalem weer op te bouwen. Dat klinkt natuurlijk goed. Maar het blijkt dat hij er een echt Grieks-Romeinse stad van wil maken met een heidense tempel.


► De Romeinse keizer Hadrianus
► Een munt uit de tijd van de opstand. Deze heeft een afbeelding van de tempel. Bovenaan zie je een ster, die verwijst naar Bar Kochba. Zulke munten worden nogal eens gevonden in grotten of in de woestijn.

Dát is schrikken voor de Joden! Wanneer de keizer met de bouw wil beginnen, komen ze in opstand. Al snel slagen ze erin om de Romeinen uit Jeruzalem te verdrijven. Overal in Judea grijpen ze naar de wapens. Vanuit grotten en ondergrondse tunnels plegen ze overvallen op de Romeinen. Er ontstaat een guerrillastrijd, onder leiding van een jonge man, Simon Bar Kosiba. Meer dan drie jaar lang, van 132 tot 135, weten de Joden de opstand tegen de Romeinen vol te houden.

   De opstand neergeslagen    

Een rabbijn uit die dagen, Akiva, beschouwt de rebellenleider als de Messias. Hij noemt hem Bar Kochba (= “Zoon van de Ster”). Dat herinnert aan de woorden van Bileam: “Er zal een ster voortgaan uit Jakob” (Num. 24:17).
De strijd is bijzonder hevig. Anders dan bij de eerste opstand in 70 staan de Joden nu als één man achter hun leider. De keizer moet zijn beste troepen naar het Joodse land sturen. Langzaam maar zeker worden de Joden teruggedreven. Uiteindelijk bezetten ze nog één vesting, Bethar, bij Jeruzalem. Daar worden ze overwonnen, waarbij ook Bar Kochba de dood vindt. De tweede en laatste grote opstand van de Joden is neergeslagen. Daarbij zijn wel een half miljoen Joden gedood of als slaaf weggevoerd…
Maar het heeft de Romeinen bijzonder veel moeite gekost. En veel slachtoffers ook. Als de keizer verslag van de strijd uitbrengt, is het de gewoonte om eraan toe te voegen: “Met mij en het leger is alles goed”. Maar dit keer worden die woorden weggelaten. Dat zegt genoeg!

   Een heidense stad    

Na de oorlog wordt Jeruzalem een echt heidense stad, met de naam: Aelia Capitolona. Compleet met een renbaan, een theater en – op het tempelplein – een heiligdom voor de god Jupiter. Om de Joden nog meer te sarren wordt hun land Palestina genoemd. Bijna alle dorpen in Judea zijn verwoest. Veel Joden vluchten naar Galilea, in het noorden.

De keizer stelt strenge regels op: de Joodse godsdienst wordt verboden; geen besnijdenis, viering van de sabbat en andere gebruiken meer. Een andere keizer, die drie jaar later aan de macht komt, schaft een groot deel van deze verboden weer af. Maar toch: het is helemaal uit met de Joodse zelfstandigheid. Wat zal de toekomst nog brengen?

   Overzicht   

► Er is veel gebeurd in het Joodse land sinds de Romeinen daar de baas zijn geworden. Best ingewikkeld allemaal. Wil je een samenvatting lezen, klik dan hier.