Sion


   Oudste gedeelte van de stad   

De naam Sion komt meer dan honderd keer in de Bijbel voor. Deze berg ligt dicht bij Jeruzalem. Op de heuvel Ofel hadden de Jebusieten eerst hun vesting. Dit Jebus of Sion werd door David veroverd (2 Sam. 5:7). Daarna heette het: ‘de stad Davids’. David was vooral bezig met het versterken van zijn stad. Maar door Salomo werd het gebied uitgebreid in noordelijke richting; daar bouwde hij ook de tempel. Later werd met ‘Sion’ bedoeld: de stad van David met de tempel én de heuvel Ofel. Tenslotte werd de hele stad Jeruzalem (en de bevolking) met ‘Sion’ aangeduid. Dat kunnen we vaak lezen in de Psalmen en bij de profeten.

Sion is dus het oudst bewoonde gedeelte van de stad. Het ligt nu buiten de muren van Jeruzalem. Er bevinden zich akkers voor de bewoners van de omliggende dorpen. De profetie van Micha 3:12 is dus in vervulling gegaan: "Sion zal als een akker geploegd worden".

   Watertunnel   

In de tijd van koning Hizkia (700 voor Chr.) werd een waar kunststuk uitgevoerd. Zijn ingenieurs slaagden erin een ondergrondse tunnel uit de rotsen te hakken. Over meer dan 500 meter afstand werd water uit de bron Gihon gevoerd naar de vijver van Siloah. Voor die tijd was dit graaf- en hakwerk een enorme prestatie!
Dat was slim bekeken, want bij een belegering door de vijand had men dan voldoende water. Deze tunnel liep wel 40 meter diep onder de rots van de Stad van David door. Hij is nog steeds te bezichtigen. Wie durft, kan er een stukje doorheen lopen. De vijver waarin het water terecht komt kennen we als het ‘badwater Siloam’ van Johannes 9:7.
Op een maquette van de burcht Sion (de 'Stad Davids') zie je wat een geweldige vesting dit geweest moet zijn. Rechts, ten oosten van de stad, lag de bron Gihon. Het bassin Siloah zie je links van het midden.


De heuvelrug met de berg Sion en de tempel lag tussen twee dalen ingeklemd. In het ene dal, aan de oostkant, stroomde de Kidron. Aan de overkant daarvan vinden we de Olijfberg. Aan de westzijde was het zogenaamde Stadsdal. Het werd ook wel 'Kaasmakersdal' genoemd. Het dal liep ongeveer van noord naar zuid. De beide delen van Jeruzalem werden daardoor van elkaar gescheiden. In de tijd van Jezus was dit dal nog duidelijk aanwezig. Er waren ook bruggen overheen. Maar in de loop van de eeuwen is het dal steeds meer opgehoogd door puin. Als bezoeker van de stad merk je er dus tegenwoordig niet meer zoveel van…

   Een ánder Sion...   

Om het heerlijk ingewikkeld te maken werd later de naam ‘Sion’ gegeven aan een iets hogere heuvel in het westen van de stad. Die heuvel is 20 meter hoger dan de Tempelberg. Maar we lezen in 1 Kon. 8:1 dat de Ark des Verbonds vanuit de stad Davids (Sion) werd opgebracht naar de tempel. De burcht Sion moet dus lager hebben gelegen dan de tempel!


► Het Cenakel van het laatste Avondmaal

Het ‘nieuwe’ – dus verkeerde – Sion ligt vandaag ten zuiden van de stadsmuren (Jeruzalem is intussen naar het noorden opgeschoven!). Op deze heuvel zou zich ook de eetzaal (het Cenakel) bevinden, waar Jezus het Avondmaal heeft gehouden. Daaronder moet dan het graf van koning David zijn…