De tempel van Salomo

De tempel van Salomo


David wordt koning van Israël. Hij kiest Jeruzalem als de nieuwe hoofdstad. Jeruzalem heet dan ook ‘de stad van David’. Koning David versterkt de stad met muren en breidt de stad enorm uit. Hij laat ook de tabernakel, het huis van God, met de Ark naar Jeruzalem komen. Tot zijn verdriet mag hij van de Heere geen tempel bouwen. Wel koopt koning David later een dorsvloer van de Jebusiet Arauna op de berg Moria om er een altaar op te richten.

   Abraham en Izak  

Je kent de geschiedenis van Abraham, die God gehoorzaamt en zijn zoon Izak moet offeren. Als ze samen de berg oplopen om een altaar te bouwen, vraagt Izak waar het offerdier is. Abraham moet dan vertellen dat de Heere gezegd heeft, dat hij zijn enige zoon Izak moet offeren. Deze berg heet Moria.

   De eerste tempel   

Op deze berg laat duizend jaar later de wijze koning Salomo, de zoon van David, het belangrijkste gebouw van heel Jeruzalem bouwen: de tempel. Zeven jaar besteedt koning Salomo aan de bouw.
De tempel van Salomo wordt tweemaal zo groot als de tabernakel, waarvoor hij in de plaats komt. En net als de tabernakel is ook de tempel verdeeld in twee ruimtes: het Heilige en het Heilige der heiligen.
Bij de ingang van de tempel staan twee koperen pilaren, die allebei ongeveer 9 meter hoog zijn. De rechterpilaar heeft de naam Jachin, de andere heet Boaz.
De muren worden van zuiver kalksteen gebouwd. De vloeren worden van dennenhout gemaakt. De binnenkant van de muren wordt afgewerkt met het beste cederhout uit Libanon. Daarna worden alle binnenmuren overtrokken met goud. In het heilige staan tien gouden kandelaren, de gouden tafels der toonbroden en een gouden reukofferaltaar. Hoe mooi moet al dat goud gefonkeld hebben in het licht van de kandelaren!
Tussen het Heilige en het Heilige der heiligen is een dubbele houten deur. Achter deze deuren hangt een gordijn van fijn geweven hemelsblauwe, purperen en karmozijnrode stoffen, versierd met prachtige cherubs (engelenfiguren).

In het Heilige der heiligen laat koning Salomo de gouden Ark des Verbonds met het verzoendeksel plaatsen. De Ark is het enige voorwerp dat is overgebleven uit de tabernakel. In de ark liggen nog steeds de twee stenen tafelen van de Wet. Maar de kruik met manna en de staf van Aäron zijn verdwenen. Dat lees je in 1 Kon. 8:9.

   Grote bloei   

De tempel van Salomo heeft twee voorhoven. In het binnenste voorhof, het ‘voorhof der priesters’, doen de priesters hun werk. Hier staan tien wasvaten en een enorm koperen wasvat. Het koperen wasvat wordt gedragen door twaalf grote koperen ossen. Drie ossen kijken naar het noorden, drie naar het oosten, drie naar het zuiden en drie naar het westen.
De offers brengen de priesters op een enorm groot koperen brandofferaltaar. Dit altaar is wel negen meter lang, negen meter breed en vier en een halve meter hoog. Het buitenste voorhof, het ‘bovenste voorhof’, is een enorm groot tempelplein waar het volk samenkomt.

Onder koning Salomo maakt Jeruzalem haar grootste bloei door. Jeruzalem, de stad van God. Maar wat is er van de dienst van de HEERE terecht gekomen? In de tempel wordt aan de afgoden geofferd. Hoe de HEERE ook laat waarschuwen, het volk luistert niet. En wat gebeurt er?

   Weet je dat...  

  • de bouw van Salomo’s paleis wel dertien jaar heeft geduurd?
  • 80.000 steenhouwers de enorme bouwstenen hebben uitgehakt?
  • 70.000 sjouwers al deze stenen naar de berg Moria hebben gebracht?
  • 30.000 Israëlieten de dennenbomen en cederbomen uit Libanon hebben gehaald?
  • onder leiding van 3.000 voormannen de tempel is gebouwd?
  • je de verhalen over de tempel van Salomo kan vinden in 2 Kron. 2-5?