Chanoeka: Inwijdingsfeest

In de Bijbel

En het was het feest der vernieuwing des tempels te Jeruzalem, en het was winter.” In deze tekst van Johannes 10:22 gaat het over Chanoeka. Letterlijk betekent dit woord: 'inwijding'. Dit feest werd dus ook in de dagen van Jezus gevierd. Het staat ook bekend als: het feest van de lichtjes. Het wordt gevierd in onze maand december. Aan dit feest is een hele geschiedenis verbonden, namelijk van de Makkabeeën. Omstreeks het jaar 168 vóór Christus had de Syrische koning Antiochus IV Epifanes de stad Jeruzalem veroverd en de tempel geplunderd. De altaren werden verwoest en op de plaats van het brandofferaltaar kwam een groot beeld van de Griekse god Zeus (Jupiter)! De Joden kwamen in opstand tegen de Syrische bezetter. Judas de Makkabeeër had de leiding. Het eerste doel was om de tempel weer in bezit te nemen en de eredienst te herstellen. Toen de tempel in het jaar 164 weer veroverd was, gaf Judas de Makkabeeër de opdracht om de tempel te reinigen en te vernieuwen. De menorah, de zevenarmige gouden kandelaar, werd weer rechtop gezet. Nu wordt daarvan door de Joden het volgende verteld: Een priester vond een klein kruikje met genoeg ritueel gezuiverde olijfolie om de menorah een dag te laten branden. Maar als door een wonder bleef de menorah wel acht dagen branden! Die tijd was precies nodig om nieuwe olijfolie te kunnen maken. De hogepriester stelde toen Chanoeka in als een feest dat ieder jaar op de 25ste van de Joodse maand Kislev zou beginnen. Acht dagen lang zouden de Joden terugdenken aan het wonder van de olie.

Hoe Chanoeka nu gevierd wordt

Het belangrijkste wat de Joden tijdens Chanoeka doen is: de kaarsjes van de chanoekia aansteken. Dat is een kandelaar met acht armen. Hij heeft een extra arm voor de negende kaars, dat noemt men: de knecht of dienaar. Iedere dag wordt er een volgende kaars op een van de armen van de kandelaar aangestoken met behulp van de brandende negende kaars. Dus op de eerste dag wordt er één kaars aangestoken, op de tweede dag twee kaarsen tot en met acht kaarsen op de achtste dag. Bij het aansteken van de kaarsen worden er verschillende gebeden uitgesproken. Tijdens Chanoeka spelen de kinderen met een dreidel, een vierkant tolletje met Hebreeuwse letters erop, en krijgen ze cadeautjes. Ook eten Joden latkes, een soort aardappelpannenkoekjes, en met jam gevulde soefganiot, een soort oliebollen. Beide lekkernijen worden speciaal met Chanoeka gegeten omdat ze met olie bereid worden, als herinnering aan het wonder met de olie in de tempel in Jeruzalem. De rabbijnen zeggen dat dit verhaal echt gebeurd is. Sommige Messiasbelijdende Joden willen het feest niet vieren. Als het Joodse volk Chanoeka viert, is het in onze kalender november of december: adventstijd!. Kijk jij uit naar de komst van de Heere Jezus, in jouw hart en in de harten van het Joodse volk? Alleen deze Messias kan de duisternis van zonde uit je hart verdrijven. Chanoeka is na acht dagen voorbij. Maar het licht van Jezus Christus is een eeuwig licht: “Een licht tot verlichting der heidenen en tot heerlijkheid van Uw volk Israël.” (Lukas 2:32).