Jom Kippoer: Grote Verzoendag

Jom Kippoer is voor de jood de heiligste dag van het jaar. In Leviticus 16:30 lezen we dat de Heere Grote Verzoendag instelde: ‘Want op dien dag zal hij voor u verzoening doen om u te reinigen; van al uw zonden zult gij voor het aangezicht des HEEREN gereinigd worden.’ Elk jaar moest de hogepriester verzoening doen voor de zonden. Verzoening is nodig, opdat een heilig God kan wonen bij een onrein volk. In Leviticus 23:26-32 lezen we over de verootmoediging tijdens de Grote Verzoendag.

Berouw en schuld belijden

Voordat Grote Verzoendag aanbreekt, zijn er de Jamiem Noraïem (de ontzagwekkende dagen). De mensen worden dan opgeroepen tot bekering tot God en tot schuldbelijdenis aan God en aan elkaar. Tussen Rosj Hasjana (het Joodse Nieuwjaar) en Jom Kippoer zijn er tien dagen van tesjoeva (berouw en schuld belijden). Het belijden van schuld gaat aan vergeving vooraf. In Leviticus 23:29 staat: ‘Alle ziel welke op diezelve dag niet verootmoedigd zal zijn geweest, die zal uitgeroeid worden uit haar volken.’ Alleen Gods genade werkt echte verootmoediging.

Kapporeth

Bij sommige joden is het de gewoonte dat de mannen op de dag vóór Grote Verzoendag kapporeth-slaan. De mannen nemen daarvoor een witte haan. Enkele verzen uit Psalm 107 en Job 33 worden gesproken. Daarna slingert men drie keer met een witte haan rond boven het hoofd. Dan zegt men: ‘Deze haan zij een plaatsvervanging voor mij, zij een verzoening voor mij, mijn uitwisseling; deze haan moet de dood ingaan; ik echter moge tot een goed, gezond en lang leven gebracht worden in vrede.’

Daarna wordt de haan geslacht en gegeten of weggegeven. Het is niet helemaal duidelijk, waar deze gewoonte vandaan gekomen is. Sommigen zien het als een vorm van bijgeloof; anderen zien hier een verwijzing in naar het lijden voor de zonden door een ander in jouw plaats. Ten diepste gaat het hierom op Grote Verzoendag: Christus is de dood ingegaan in plaats van Zijn doodschuldige volk.

Bekering en genade

De joden geloven dat God op Jom Kippoer beslist over wat er het komende jaar met de mens gaat gebeuren. Het is een dag van rust. In Israël zijn de straten leeg. Er wordt gevast. In de synagoge zijn er verschillende diensten. Het boek Jona wordt gelezen. Daarin gaat het vooral over bekering en genade. De Heere spaart het goddeloze Ninevé, omdat Hij een ‘genadig en barmhartig God is, lankmoedig en groot van goedertierenheid, en berouw hebbende over het kwaad’ (Jona 4:2).

Ook wordt het Kol Nidree driemaal door de voorzanger gezongen. Dit lied betekent: ‘Al onze geloften’. Men vraagt door dit te zingen of alle geloften die voor God zijn afgelegd, niet meer geldig hoeven te zijn. Het klinkt heel plechtig, maar het lijkt erop dat vergeving bijna vanzelfsprekend verkregen kan worden. De Heere ziet echter naar waarheid in het binnenste.

Onmisbaar bloed

In Leviticus 16 en 23 lezen we over de offers die gebracht moesten worden met Jom Kippoer. God eist een bloedig offer voor de betaling van de zondeschuld. Dit staat ook in Leviticus 17:11: ‘Want de ziel van het vlees is in het bloed; daarom heb Ik het u op het altaar gegeven, om over uw zielen verzoening te doen; want het is het bloed, dat voor de ziel verzoening zal doen’.

Het bloed is onmisbaar voor de verzoening. Het ontzaglijke kwaad van de zonde kan alleen door bloedstorting verzoend worden. In de synagoge komt het werk van de hogepriester aan de orde. Tijdens het gebed om vergeving vallen gemeente en voorganger op hun knieën, als teken van onderwerping aan God.

En wij?

Het bloedige offer is Gods eis, maar tegelijkertijd ook Zijn gave, zoals wij kunnen lezen in de Hebreeënbrief. Wat ben je rijk, als je de meerdere Hogepriester mag kennen!