Tisja be'aw: rouwdag

“Op den negenden der vierde maand, als de honger in de stad sterk werd en het volk des lands geen brood had, Toen werd de stad doorgebroken...” (2 Koningen 25:3-4a).
Het woord tisja betekent: 'negen'. De vierde maand heet op de Joodse kalender Aw. De rouwdag Tisja be’aw is daarom op de negende dag van de vierde maand.

Verschrikkelijke gebeurtenissen

Waarom is er op die dag een rouwdag? Op die datum is in de Joodse geschiedenis een aantal verschrikkelijke dingen gebeurd. Het is een 'dag van rampspoed'. Op die dag, de negende van de vierde maand, werd de eerste tempel door koning Nebukadnezar verwoest. De eens zo mooie tempel van Salomo werd met de grond gelijk gemaakt!
Na de ballingschapschap mochten de Joden de tempel opnieuw bouwen. Onder leiding van Zerubbabel en de hogepriester Josua werd aan de herbouw van de tempel begonnen: de voorhof, het heilige en het heilige der heiligen. Maar de tweede tempel werd niet meer zo mooi als de eerste tempel van Salomo. Koning Herodes heeft veel later nog wel allerlei verbeteringen aangebracht. Een heel karwei, dat meer dan tachtig jaar heeft geduurd. Maar het werk was nauwelijks klaar of er brak een opstand uit tegen de Romeinen! En in het jaar 70 na Chr. werd ook dit gebouw verwoest door de Romeinen. De bekende Joodse geschiedschrijver Flavius Josephus vertelt dat deze verwoesting plaatsvond op… de negende van de vierde maand!
Meer dan 60 jaar later kwamen de Joden opnieuw in opstand tegen de Romeinen. Hun leider was Bar Kochba. Maar helaas: op Tisja be’aw van het jaar 135 na Christus werd het Joodse leger vernietigend verslagen!
Opmerkelijk: in het jaar 1492 werden op diezelfde dag de Joden uit Spanje verdreven. Om niet meer te noemen: op die dag in 1942 werden de Joden uit het getto van Warachau verdreven.
Elk jaar op Tisja be’aw, de negende van de vierde maand, denkt het Joodse volk terug aan deze (en nog andere) opmerkelijke en aangrijpende gebeurtenissen!

Tisja be’aw in onze tijd

Het rouwen begint op de voorafgaande dag. Er wordt gelezen uit de boekrollen van Job en Klaagliederen. Al vroeg in de middag wordt er gegeten. Want aan het einde van de middag begint het vasten. Dan mag er 24 uur lang niet meer gegeten en gedronken worden. Tijdens de maaltijd wordt er in stilte gegeten; niemand praat er meer. De mensen zitten - als teken van rouw - de grond of op lage stoelen. Zelfs het gebed wordt niet hardop uitgesproken.
Als de avond begint, start ook de rouwdag. ‘s Avonds gaan de mensen naar de synagoge. In het gebouw branden maar een paar lampen. In het schemerdonker wordt teruggedacht aan de donkere dagen van het Joodse volk.
Het gebed wordt met een klagende stem uitgesproken. De voorlezer leest met zachte stem de hoofdstukken van Klaagliederen voor. De slotverzen van ieder hoofdstuk worden telkens met een iets luidere stem gelezen.
Bij het voorlaatste vers van Klaagliederen 5 valt de hele gemeente de voorlezer klagend en schreeuwend bij: “HEERE, bekeer ons tot U, zo zullen wij bekeerd zijn; vernieuw onze dagen als vanouds.” Een schuldbelijdenis in tijden van rouw.

En wij?

Het is ook voor ons een les. Al het verdriet in de wereld is er vanwege onze zonden. Wat is het een goede plaats om in moeilijke en verdrietige tijden onze handen te vouwen en te bidden tot God. Dan wijst de beschuldigende vinger niet naar God maar naar onszelf. Wij hebben gezondigd en verdienen de straf. Als wij onze schuld voor God belijden, dan zal de Heere ook troost geven.
Troost, troost Mijn volk, zal ulieder God zeggen. Spreekt naar het hart van Jeruzalem en roept haar toe, dat haar strijd vervuld is, dat haar ongerechtigheid verzoend is, dat zij van de hand des HEEREN dubbel ontvangen heeft voor al haar zonde.” (Jesaja 40:1-2).
Dan wordt een rouwdag een dag van blijdschap!

Weet je dat

- men op Tisja be’aw zelfs geen water mag drinken?
- op deze rouwdag geen sieraden gedragen mogen worden?