Een eigen staat

De Engelsen blijven ook na de oorlog eraan vasthouden: niet teveel Joden naar Palestina. Toch proberen regelmatig Joden in gammele schepen het land te bereiken. Soms gaat het heel erg mis. In 1942 wordt het schip ‘Struma’, met ongeveer 700 Joodse immigranten aan boord, in de Zwarte Zee door een torpedo getroffen. Alle opvarenden (waaronder meer dan honderd kinderen) op één na laten daarbij het leven.

Chaos 

De Joden geven de Engelsen de schuld van dit soort rampen. Er vormen zich Joodse strijdgroepen in Palestina die aanslagen op de Britse autoriteiten gaan plegen. Er breekt een tijd van chaos aan. Joodse activisten verwoesten in 1946 het militaire hoofdkwartier van de Engelsen in het ‘King David Hotel’ in Jeruzalem. Ook hierbij vallen veel slachtoffers: meer dan 90 doden, waarvan bijna de helft Arabieren, zijn te betreuren. Bijzonder triest is de geschiedenis van de ‘Exodus’ in 1947. Op dit schip, dat is vertrokken uit de Franse stad Marseille, bevinden zich 4500 mensen: veel Joden die de vervolgingen en de vernietigingskampen hebben overleefd. Ze proberen in 1947 de haven van Haifa in Palestina te bereiken. De Engelsen steken hier een stokje voor en dwingen de Joden terug te gaan naar Frankrijk. Ook dit land wil ze niet toelaten, zodat de Joden doorgestuurd worden naar… Duitsland. 

Verdelingsplan 

Intussen zien de Engelsen het ‘Mandaat Palestina’ dat hun 25 jaar eerder is opgedragen, niet meer zitten. De Verenigde Naties (de VN, opgericht in 1945) moeten het verder maar uitzoeken. Er wordt een plan opgesteld om Palestina te verdelen in een Joods en een Arabisch deel. Een gebied rondom Jeruzalem moet dan onder internationaal bestuur komen. Als de Arabieren hiervan lucht krijgen wordt het meteen door hen afgewezen. Maar de VN zetten door: op 29 november 1947 wordt het delingsplan met 2/3 meerderheid aangenomen. Dit is en belangrijk besluit, dat bekend zal worden als 'resolutie 181'. En dan te bedenken dat de Joden in 1922 al zo'n driekwart van hun vestigingsgebied aan de Arabieren waren kwijtgeraakt! Dat is het gedeelte ten oosten van de Jordaan. En van het overgebleven stuk houden ze nu nog maar ongeveer de helft over. Toch zijn de Joden opgetogen en de Arabieren verbitterd. Er volgt een periode met veel strijd tussen Engelsen, Joden en Arabieren. Door Joodse terreur worden aanslagen gepleegd; bruggen en spoorwegen worden vernield. Joden die verdacht worden van samenwerking met de Britten worden gedood. Het lijkt wel of ineens iedereen in Palestina de vijand van iedereen is. Er ontstaat een complete burgeroorlog, waarin veel wreedheden worden begaan. In april 1948 worden meer dan 100 inwoners van een Arabisch dorpje (Deir Yassin) door Joodse strijders gedood. Vaak wordt vergeten dat de Joden eerst door de Arabieren onder vuur werden genomen. Deze nemen enkele dagen later bloedig wraak door een laffe aanval op dokters en verpleegsters van het Joodse Hadassah-ziekenhuis. 

De grote dag 

Maar de ontwikkelingen gaan door. In mei 1948 maken de Engelsen meer haast met de terugtrekking uit Palestina. Binnen 24 uur, op 14 mei, volgt de Joodse Onafhankelijkheidsverklaring. Het Britse Mandaat is afgelopen. De Joodse staat wordt uitgeroepen! De naam wordt: ISRAËL. David Ben Goerion, die de eerste premier van het land zal worden, leest de Verklaring voor in het museum van Tel-Aviv. De nieuwe staat wordt door meerdere landen erkend: al snel door Amerika en Rusland. Mede dankzij de Russen krijgen de Israëli’s de wapens die ze nodig hebben om weerstand te bieden aan de dreigende Arabische invasie. Want de vijand staat al, tot de tanden bewapend, aan de grenzen van Israël. De vreselijkste dreigementen worden door de Arabieren aan het adres van Israël geuit. Al hebben de Joden nu hun eigen staat, de strijd is nog lang niet gestreden!