Het Zionisme

“Wij willen naar huis!” Het is 1897. Een grote groep Joodse mannen is in Bazel (een stad in Zwitserland) bijeen. Eén verlangen heeft hen bij elkaar gebracht: “Terug naar Sion!” Zoals je misschien weet is Sion de heuvel in Jeruzalem waarop eens de tempel stond. Deze mensen noemen zich dan ook Zionisten. Wat verlangen ze naar een veilig plekje op de aarde! En niet zomaar ergens. Nee, het moet in Palestina (Israël) zijn. Hebben ze dan geen eigen thuis meer?

Verlangen naar een eigen thuis

Sinds de tempel in 70 na Chr. door de Romeinen is verwoest zijn de Joden verstrooid geworden. Over bijna alle landen van de wereld. Dit noemen we de ‘diaspora’. Er kwam een bange tijd voor de Joden. Eeuwen van discriminatie (benadeling, plagerijen) en antisemitisme (Joden­haat). Vooral als de welvaart in de landen achteruitging. Dan kregen zij de schuld. In Rusland werden Jodenvervolgingen, pogroms genoemd. Wilden de Joden ooit als een ‘normaal’ volk leven en beroepen kunnen uitoefenen, zoals boer en arbeider (wat hun eeuwenlang verboden was), dan moest er een Nationaal Tehuis komen. Dat Nationale Tehuis was Palestina, het vaderland waaruit de Joden waren verdreven. Wat zou het fijn zijn als zij uit alle windstreken konden terugkeren! Zou dat ooit nog mogelijk zijn?

Activiteiten van Herzl

Het boek van Theodor Herzl ("De Jodenstaat") veroorzaakt een stroom van reacties. Er wordt mee gespot: Herzl is, vinden sommigen, niet meer dan een dromer. Maar bij anderen vinden zijn gedachten weerklank. Zij vragen Herzl om de wereldwijde leider van de Joden te worden. Hij is de Jodenhaat zo ontzettend moe, dat hij heel hard gaat werken en vechten voor een eigen vaderland. Hij zoekt steun bij de paus, bij rijke Joden, om te proberen geld los te krijgen.  En ook spreekt hij met de Turkse regering, want die heeft het nog voor het zeggen in Palestina. Erg veel levert het helaas niet op. Maar de grote vergadering van Joden, het Congres móet er komen! En het komt er ook, in het jaar 1897.

Het eerste Zionistische Congres

Op het eerste Zionistische Congres in Bazel zijn ongeveer tweehonderd Joden bijeengekomen. Ze zijn afkomstig uit vele landen. Zouden de Joden nog weer kunnen terugkeren naar Palestina?  “Ja”, zegt Herzl, de leider van de Zionisten, “als gij wilt, is het geen sprookje!” “Nee, niet langer de komst van de Messias afwachten om naar Sion terug te gaan, we moeten het zelf doen!”, zo spreekt hij tot de Joodse mannen in Bazel. Er moet een Joodse staat in Palestina worden gesticht. Maar dat moet wel op een wettige manier gebeuren. Er wordt een Zionistische Wereldorganisatie opgericht, men kiest een vlag en een volkslied: Hatikwa (“De Hoop”). Het begin is er, maar er is nog een lange weg te gaan…

Herzl wil graag steun krijgen voor zijn doel: het vestigen van Joden in Palestina. Zolang de Turken daar de baas zijn, kan hij niet veel anders doen dan te proberen bij de regering iets gedaan te krijgen. Het gaat allemaal niet zo vlot. Ook heeft hij een jaar later contact met de Duitse keizer. Deze is een vriend van de Turken en tegelijk een Jodenhater. Laat ze maar ophoepelen naar Palestina. Dan zijn we ze in Europa mooi kwijt, is zijn gedachte. Maar deze gesprekken lopen ook op niets uit. De Turken willen natuurlijk geld zien om de Joden in het land toe te laten. In 1901 wordt daarom een Joods Nationaal Fonds opgericht. Met het verzamelde geld kan men dan (dure) grond in Palestina kopen en die ontginnen. 

Een profetische figuur 

Overal wordt Herzl geestdriftig verwelkomd. Maar zelf vindt hij dat er te weinig schot in de zaak zit. Als de Engelsen hem een stuk grond in Oeganda aanbieden, is hij daar wel enthousiast over. Het is, vindt hij, in elk geval iéts. Maar op de vergaderingen is veel gemor te horen. Vooral de Russische Joden leggen steeds de nadruk op… Palestina. Dat en niets anders moet het land voor de Joden zijn! Door al deze ontwikkelingen raakt Herzl teleurgesteld en moedeloos. Het wordt hem allemaal te veel en in 1904 sterft hij, nog maar 44 jaar oud. Herzl is de man geweest die de ogen van talloze Joden heeft geopend. Hij was een profetische figuur, die heeft gezien dat de Joden eens in een veilige staat zouden wonen. Na het eerste congres in 1897 schrijft hij in zijn dagboek:

“In Bazel heb ik de Joodse staat opgericht. Wanneer ik het vandaag hardop zou zeggen, zou iedereen mij uitlachen. Misschien over vijf jaar, in elk geval over vijftig, zal iedereen het zien.”

Wat zijn deze woorden waar gebleken…
Precies 50 jaar later, in 1947, zal de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties besluiten dat er een Joodse staat in Palestina zal worden gesticht!