Onder Engels bestuur

De Volkenbond keurt het in 1922 officieel goed dat Engeland het mandaat krijgt over Palestina. Dat wil zeggen: de Britten mogen het besturen, maar tegelijk moeten ze er goed voor zorgen. Want het gebied is bestemd als Nationaal Tehuis voor de Joden.

Driekwart weggegeven...

Toch gebeurt er al snel iets onverwachts. De Britten hebben in de oorlog hulp gehad van Abdoellah, een broer van emir Faisal. Hij mag daarvoor toch wel beloond worden, vinden ze. Zo krijgt deze vorst (de overgrootvader van de tegenwoordige koning Abdoellah II) het gebied aan de oostkant van de Jordaan in handen. Dat wil zeggen dat de Zionisten zomaar ineens driekwart van hun ‘beloofde’ gebied kwijtraken aan de Arabieren! Abdoellah mag over Trans-Jordanië gaan regeren, natuurlijk wel onder toezicht van de Engelsen. Dankzij training door de Britten krijgt hij een sterk leger, dat het de Joden later nog erg moeilijk zal maken. En in Syrië heeft zijn broer Faisal een paar maanden op de troon mogen zitten. Toch is hij weer door de Fransen weggejaagd. Het is dus wel te begrijpen dat de Arabieren nijdig worden. Later mag Faisal van de Britten dan wel koning van Irak worden. Maar toch beginnen de Arabieren zich af te vragen: Doen Frankrijk en Engeland eigenlijk wel wat ze beloofd hebben? Krijgen wij geen onafhankelijkheid? Dan de Joden óók niet! 

Zelfverdediging 

Na de conferentie van San Remo neemt de terreur tegen de Joden meteen toe. De aanstoker ervan is Amin-al-Hoesseini. Deze man heeft een grote hekel aan de Joden, maar ook aan Arabieren die de Joden helpen. Er worden aanslagen gepleegd, ook in het noorden van het land. In Galilea moeten zelfs dorpen worden ontruimd. De Joden begrijpen dat ze niet helemaal op de bescherming van de Engelsen kunnen vertrouwen. In 1920 hebben ze al een eigen zelfverdedigingsorganisatie opgericht: de Haganah (betekent: ‘defensie’). En dat is ook wel nodig, want in de volgende jaren hebben ze steeds meer te stellen met de vijandige Arabieren, die de Joden hun plaats niet gunnen. Ook willen ze de Islamitische wetgeving (sharia) invoeren. 

Rustpauze… 

Dan breekt een periode aan waarin het tamelijk rustig is. De Engelsen nemen maatregelen om de Joodse immigratie in te dammen. Want de Arabieren, weet je? Daar moeten ze immers ook rekening mee houden? De Zionisten kunnen weinig anders doen dat het maar accepteren. Toch komen er in 1924-1925 wel 48.000 Joden bij. Het zijn voor een groot deel Polen, die zijn gevlucht omdat er nieuwe vervolgingen dreigen. Jammer genoeg kunnen ze in het begin weinig of geen werk vinden. Maar er worden fabrieken en landbouwnederzettingen gebouwd. Uit de Dode Zee worden mineralen gewonnen. De Hebreeuwse universiteit wordt geopend. Er komt langzaam maar zeker meer welvaart. Maar dan wordt ineens de rust wreed verstoord…