Opstand van de Arabieren

Vanaf 1928 zijn er steeds meer botsingen tussen Joden en Arabieren. Geruchten worden verspreid dat de Joden de macht over de Tempelberg willen overnemen. Vooral de Al-Aqsa moskee op het tempelplein zou bedreigd worden. 

Rellen bij de Klaagmuur 

Er ontstaat onrust onder de bevolking. De Moefti van Jeruzalem, een groot Jodenhater, weet het vuurtje verder op te stoken. De Joden worden van allerlei misdaden beschuldigd. “De Joden zijn honden!” De Arabieren laten hun ezels bij de Klaagmuur door de Joodse gebedsruimte lopen. Steeds meer wrijving dus tussen de bevolkingsgroepen. In augustus 1929 worden door Joden en Arabieren demonstraties gehouden. Maar die lopen totaal uit de hand. Het gevolg is een Arabische opstand, waartegen de Engelsen ook weinig kunnen beginnen. Er vallen bijna 250 doden (meer dan de helft Joden) en honderden gewonden. Ook in andere plaatsen, zoals Hebron, vallen bij moordpartijen veel slachtoffers.

De Engelsen zijn hier niet gelukkig mee. Zij moeten in wezen de orde bewaken! Ze stellen dus een onderzoek in. En inderdaad, de Arabieren zijn de aanstichters van de rellen. Een jaar later beloven de Britten meer politie en betere bescherming van de bevolking. Maar ook zeggen ze dat het land intussen te dicht bevolkt is. Daarom moet de immigratie van Joden aan banden worden gelegd. Het is duidelijk: de Engelsen doen net alsof er nooit een Balfour-verklaring is geweest. Over de hele wereld zijn de Joden zeer verontwaardigd. Ze zijn bang dat de Engelsen de Arabieren teveel zullen toegeven. De Zionisten protesteren bij de Britse regering. En dat helpt! Er mogen weer Joden het land binnenkomen. Zelfs zal in de volgende jaren de stroom nog aanzwellen. Want in Duitsland is Hitler aan de macht gekomen. De Joden in Europa komen steeds meer in de verdrukking. En welk land wil die vluchtelingen hebben? Dan blijft er niet veel anders over dan… Palestina.

Arabische opstand 

In de jaren 1932 tot 1935 komen er meer dan 150.000 Joden het land binnen. De Arabieren zien dat allemaal gebeuren; ze zijn er helemaal niet blij mee. In 1936 komt het tot een regelrechte opstand. Eerst kondigen de Arabieren een algemene staking af. Ze willen dat de Joodse immigratie direct wordt stopgezet. Ook mag er een geen grond meer aan Joden worden verkocht. Dan volgen aanslagen op Joodse dorpen. Ook Britse militairen lopen groot gevaar. Ook in deze rellen speelt de Moefti van Jeruzalem een grote rol. Hij krijgt daarbij hulp van de Duitse nazi’s. De Moefti wordt daarom wel de ‘Arabische Hitler’ genoemd. Engelsen en Joden helpen elkaar met het bestrijden van de vijand. Enkele duizenden doden zijn er te betreuren: Britten, Joden en vooral ook Arabieren. Een half jaar later wordt de staking beëindigd. Maar daarmee zijn de onlusten niet voorbij; die zullen nog een paar jaar aanhouden.

Het ‘Witboek’ van 1939 

De Britten hebben wel in de gaten: de kans op een oorlog met Hitler wordt steeds groter. En dan moeten ze de Arabieren te vriend houden. In het Midden-Oosten wordt namelijk olie aangetroffen. En die is belangrijk voor de Britse industrie en de oliemaatschappijen. In 1937 komen de Engelsen met een speciaal plan: Palestina moet verdeeld worden tussen Joden en Arabieren. Een aantal Joden ziet hier wel wat in, maar de meeate Arabieren zijn direct tegen het voorstel. Er zit dus niets anders op dan het idee maar ‘in de ijskast’ te zetten…

Het lijkt of de Engelsen het ‘mandaat’ over Palestina een beetje zat zijn. Geen wonder: er zijn steeds terroristische acties, waartegen ze moeten optreden. In 1939 maken ze het de Joden wel erg moeilijk. Ze stellen een wet (een ‘Witboek’) op, waarin staat dat Palestina in de eerstvolgende vijf jaar nog maar 75.000 Joodse immigranten mag opnemen. En daarna? Dan mogen de Arabieren hierover ook meebeslissen. En dan, na zo’n 10 jaar, krijgt het gebied zelfbestuur met een ‘gemengde’ regering van Joden en Arabieren. Dat is natuurlijk voor de Zionisten geen prettig vooruitzicht. Want ze kunnen wel raden wat er zal gebeuren zodra de Arabieren de meerderheid in de regering hebben.