Palestijnse protesten


2018. Het jaar waarin de herdenking van “70 jaar Staat Israël” op het programma staat. Maar de Palestijnen vinden dat ze al heel lang hebben moeten wachten. “We hebben er genoeg van!” 

   Mars van Terugkeer   

Eind maart starten ze demonstraties langs de grens met Israël, onder de naam: “Grote Mars van Terugkeer”. Over drie weken is het weer de 5e van de Joodse maand ijar (dit keer 20 april), de dag waarop de Joden de stichting van de Staat Israël vieren. Dat feit wordt natuurlijk ook door de Palestijnen herdacht, maar zij noemen het: Al Nakba = “de ramp". Toen zijn immers meer dan een half miljoen Palestijnen op de vlucht geslagen of door het oorlogsgeweld verdreven. Nu eisen ze opnieuw dat zij (dus hun kinderen en kleinkinderen) mogen terugkeren naar de plaats waar ze eerder woonden.

Meestal wordt vergeten dat de Joden destijds veel hebben gedaan om Palestijnen die wilden vluchten op andere gedachten te brengen. Bovendien was het een situatie van een oorlog, die door de Arabieren is begonnen. En daarbij: 700.000 Joden hebben na 1948 uit de Arabische landen moeten vluchten, terwijl ze al hun bezittingen moesten achterlaten – zonder enige schadevergoeding.
Voor Israël is een massale terugkeer van Palestijnen niet bespreekbaar: het land zou dan in een Arabische staat veranderen, met alle gevolgen van dien. Nu al, in 2018, zijn er onder de 9 miljoen Israëli’s bijna 2 miljoen Arabieren.

   Vuur-vliegers   

Deze demonstraties (die nog meer dan anderhalf jaar zullen doorgaan) vinden vooral plaats langs de grens met Gaza, die nu zwaar wordt bewaakt. Er ontstaan rellen op grote schaal. Bij Israëlische tegenacties vallen ook slachtoffers. 


► Rellen langs de grens met Gaza   beeld: IDF

Door activisten in Gaza worden vliegers met brandbommen opgelaten. Deze veroorzaken talloze branden in de landbouwgrond van Israëlische boeren. Daardoor gaan oogsten verloren; akkers liggen er troosteloos bij. Niet alleen deze boeren worden zwaar getroffen, ook de inwoners van Gaza zelf. Want de terroristen stichten ook brand bij een belangrijke grensovergang, die nodig is om hulpgoederen de Gazastrook binnen te krijgen...

   Zorgen om Iran   

In mei komt de verhouding met Iran weer op scherp te staan. Dit land werkt volgens Israël (en andere landen) in het geheim aan een kernwapen. Iran ontkent dat. Israël verzet zich ook steeds meer tegen de Iraanse aanwezigheid in Syrië – dat is zeer bedreigend. Iran is namelijk leverancier van wapens aan terreurgroepen. Israël bestookt ook Iraanse troepen in Syrië, die raketten zouden hebben afgeschoten.

Op 14 mei is het dan zover: de Amerikanen openen hun ambassade in Jeruzalem, zoals door president Trump was aangekondigd. Slechts enkele landen zullen dit voorbeeld volgen: Guatemala en Paraguay.

   Wet op de Natiestaat   

Intussen maken islamitische landen zich zorgen over de Palestijnen. Ze roepen om een internationale beschermingsmacht. Maar ook de Arabieren die binnen Israël wonen vragen zich af of ze geen ‘tweederangs burgers’ zullen worden. Immers, de Israëlische regering komt in de zomer met een wet waarin Israël wordt uitgeroepen tot het “nationale tehuis van het Joodse volk”.


► Protest tegen de Natiewet  beeld: That's Pretty Good

Het Hebreeuws moet de officiële taal van het land worden. Ook wordt de Joodse maankalender ingevoerd. Een ongedeeld Jeruzalem wordt genoemd als hoofdstad van Israël. En andere zaken die de Arabieren als discriminerend ervaren. In Tel Aviv komen duizenden ontstemde Arabische inwoners van Israël op de been. Ook onder de Joden zelf bestaat er veel weerstand tegen.

Kort hierna vallen vanuit Gaza 200 raketten op Israël. Er volgen bombardementen op doelen van Hamas. De zaak lijkt weer uit de hand te lopen, maar toch vrij snel is er een wapenstilstand, dankzij hulp van Egypte. Er komen ook weer goederen de Gazastrook binnen. Zal het nu beter gaan met de inwoners? Niet iedereen is blij met dit bestand. Minister Lieberman van Defensie vindt dat je niet voor terroristen moet capituleren. Hij vertrekt uit de regering; Netanyahu neemt zijn plaats in.