Voortdurende aanslagen
Begin 2001 wordt Ariel Sharon, een voormalige generaal,
minister-president (premier) van Israël. Hij krijgt al meteen te maken met
oplevend terrorisme vanuit Gaza. Bommen gaan af in bussen en taxi’s. Er zijn
zelfmoordaanslagen door Palestijnse terroristen. Ook een Israëlische legerbasis
wordt beschoten.
Aanslag op het WTC
Israël besluit een deel van Gaza te bezetten, maar daartegen is veel protest. De Palestijnse leider Arafat noemt het “een onvergeeflijke misdaad”. Zelfs in de Amerikaanse regering zijn ze er niet blij mee. Is het niet beter om de wapens te laten zwijgen? Ook Egypte komt met een vredesplan, maar Israël weet maar al te goed dat de militante Palestijnen nooit een Israëlische staat zullen accepteren.
Op 11 september gebruiken terroristen van Al Qaida twee gekaapte vliegtuigen om een aanslag te plegen op de “Twin Towers” van het World Trade Center in New York. Er vallen bijna 3000 doden. De organisatie wil hiermee protesteren tegen de militaire aanwezigheid van Amerika in het Midden-Oosten én tegen de steun aan Israël.
► De ravage na de aanslag op de Twin Towers
De groepen die zich tegen Israël
keren (zoals Hamas en Hezbollah) hebben niet direct hiermee te maken. Maar veel
Palestijnen zien toch Amerika (naast Israël) als een grote vijand. Hun vreugde
is groot: ze gaan massaal de straat op en staan op de daken te juichen.
Later in die maand komt er een wapenstilstand onder druk van
Amerika. Israël trekt dan een deel van zijn troepen terug. Zelfs zegt Sharon
dat hij geen tegenstander is van een Palestijnse staat. Zo ook de Amerikaanse
president Bush. Maar, vindt hij, die mag geen bedreiging zijn voor Israël.
Moord op minister
In oktober wordt Ze’evi, een Israëlische minister, in Jeruzalem door terroristen vermoord. Als antwoord hierop stuurt Israël troepen naar de Westbank.
In december wordt het ook niet beter: er volgt aanslag op aanslag. Het gaat er op lijken dat Israël niets meer met Arafat te maken wil hebben. Ook al zou deze leider de aanvallen willen stoppen, hij krijgt de Palestijnse terreurgroepen niet allemaal onder controle. Het komt zover dat Arafat gedwongen wordt op zijn kantoor in Ramallah (op de Westbank) te blijven totdat de moordenaars van minister Ze’evi zijn gearresteerd. En dat zal nog wel enkele maanden duren.
Er komt nog meer onrust. Iran, de aartsvijand van Israël, begint zich weer te roeren. Er wordt een vracht wapens uit Iran door Israël onderschept. In Gaza gaat Hamas zelfgemaakte Qassam-raketten op het Joodse land richten. Dit alles helpt natuurlijk niet mee. Vijf jaar geleden was afgesproken dat er steeds meer gebieden van de Westbank naar de Palestijnen zouden worden overgedragen. Dat was al een paar keer gebeurd. Maar als gevolg van de vele aanslagen wordt dit telkens uitgesteld. In de laatste anderhalf jaar zijn er wel 300 Israëli’s omgekomen bij terroristische acties.
Bethlehem belegerd
In maart 2002 wordt het allemaal nog erger. In die maand (genoemd: “Zwarte maart”) zijn er wel 15 zelfmoordaanslagen van Palestijnse zijde. Er wordt gezegd dat de straten in Israël rood kleuren van het bloed. De regering móet wel ingrijpen.
► Bethlehem: priesters worden in veiligheid gebracht beeld: IDF
Spannend wordt het nog als meer dan 100 terroristen zich verschansen in de Geboortekerk in Bethlehem. De kerk wordt door het Israëlische leger (IDF) belegerd. Bij de schermutselingen raakt de kerk beschadigd; de paus roept op tot grote voorzichtigheid. Ook bevinden zich priesters in de kerk. De hele wereld is meer dan zes weken getuige van de vijandelijkheden. Tenslotte geven de bezetters zich over: velen van hen worden verbannen naar Gaza en enkele Europese landen.