Leeuw

De leeuw is een roofdier dat bekend staat om zijn kracht. Zijn lengte is ongeveer anderhalve meter, met nog een staart van 80 cm. Hij (meestal is het de leeuwin, die voor “het eten” zorgt) jaagt op alle grasetende dieren: herten, gazellen, antilopen. Ze worden vanuit het hoge gras beslopen. De leeuw doodt de prooi met zijn voorpoten; grotere dieren krijgen een beet in de hals. Een volwassen leeuw (ouder dan 7 jaar) wordt ongeveer 200 kilogram; het dier kan in het wild wel 15 jaar worden.

Op de savanne

Tegenwoordig leven leeuwen vooral in Afrika op de grote savannes (grasvlakten) ten zuiden van de Sahara. We treffen leeuwen meestal aan in tweetallen. Het zijn echt nachtdieren: overdag doen ze niet veel meer dan luieren, zoals je in de dierentuin vast wel eens hebt gezien. En dat soms 20 uur op een dag! Geen wonder, want het jagen op prooi kost erg veel energie. Een leeuwin brengt na een dracht van iets meer dan drie maanden gemiddeld 2 tot 4 welpen ter wereld.

In de Bijbel

Vroeger kwam de leeuw ook in Israël voor. Waarschijnlijk ging het om een kleinere soort (misschien de Perzische leeuw). In Jer. 49:19 lezen we over: “een leeuw van de verheffing van de Jordaan”. Met dat laatste wordt bedoeld het dichte bos of kreupelhout, dan aan de oevers van de Jordaan te vinden was. Daarin verscholen zich allerlei dieren, ook leeuwen. Bij hoogwater van de Jordaan vluchtten deze dieren wel eens naar de dorpen, waar ze gevaarlijk voor de bewoners konden zijn. We lezen in 2 Kon. 17 over troepen leeuwen die de inwoners van Samaria aanvielen. De leeuw werd ook gebruikt als beeldspraak om aan te geven dat zo’n dier nergens bang voor hoefde te zijn. Zo lezen we in Spr. 28:1: “Elke rechtvaardige is moedig als een jonge leeuw”. Daarmee wordt eigenlijk bedoeld dat dit dier zich altijd veilig voelt: het heeft immers geen natuurlijke vijanden. In Jes. 31:4 staat dat een leeuw bij zijn prooi nog niet terugdeinst als er een hele groep mensen zich tegen hem teweerstelt.
De leeuw kan mensen aanvallen als hij óf heel jong óf heel oud is. Een jonge leeuw (van ongeveer 2 jaar) kan gevaarlijk worden, als hij eenmaal mensenvlees heeft geproefd. Misschien was dat het geval met de jonge leeuw die Simson tegenkwam. In Ezech. 19:3 lezen we ook van een leeuwenwelp die mensen verslond. Maar ook voor een oude leeuw, die verzwakt is, niet meer met de troep kan meekomen om op andere dieren te jagen, moet de mens op zijn hoede zijn!

Christus de Leeuw

Uit de geschiedenis van Daniël weten we dat door koningen soms leeuwen werden gehouden in gevangenschap. Van Assyrische koningen zijn afbeeldingen bekend, waarop is te zien hoe zij vanaf een strijdwagen met pijl en boog op leeuwenjacht gaan.
Ook wordt het beeld van de leeuw gebruikt om aan te geven hoe roofzuchtig en gevaarlijk de vijanden van God en van Zijn volk zijn. Psalm 10:9 zegt: “Hij legt lagen in een verborgen plaats, gelijk een leeuw in zijn hol; hij legt lagen om de ellendige te roven”. In het Nieuwe Testament wordt de leeuw ook een paar keer genoemd. In 1 Petr. 5:8 gaat het over de duivel, die wordt vergeleken met een briesende leeuw. Zo sterk en machtig is hij, steeds erop uit om de mensen van God af te trekken. In Openb. 5:5 wordt gesproken over de Leeuw uit de stam van Juda, dat is de Heere Jezus, die uiteindelijk over al Zijn vijanden zal overwinnen.

En... heet jij soms Ari, Ary, Leo, Leon of Leander? Gefeliciteerd, want dan ben je genoemd naar de 'koning der dieren'!