Luipaard

Heb je wel eens gedacht: Wat zou nu het sterkste dier zijn? Een leeuw, een beer? Nou, misschien kun je dan beter denken aan een luipaard!

Géén lui paard

Het woord ‘luipaard’ is een combinatie van ‘leo’ (= leeuw) en ‘pardel’ (= panter). We hebben dus zeker niet te maken met een ‘lui paard’, zoals wel eens als grap wordt beweerd. Integendeel: het is een dier, waar niet mee te spotten valt. Het is een echte acrobaat. Hij springt, zwemt en klimt als de beste. Als hij een prooi, bijvoorbeeld een antilope of gazelle, heeft gepakt, dan sjort hij het beest gewoon mee een boom in. En kan hij dat lekker oppeuzelen, zonder door andere dieren gestoord te worden. De luipaard kwam vroeger ook veel voor in Palestina, en in omringende landen als Egypte en Syrië (Hoogl. 4:8). Tegenwoordig vind je hem eigenlijk alleen nog in Afrika, rond de evenaar. In de Bijbel wist men ook van de luipaard met zijn gevlekte huid (Jer. 13:23). Behalve de ‘gewone’ luipaard kennen we nog de panter, die een zwarte kleur heeft. Maar als je goed kijkt kun je de vlekken vaak nog wel zien.

Visioenen

De Bijbel noemt de luipaard als een voorbeeld van uiterste waakzaamheid, vooral als het dier zijn prooi besluipt (Hos. 13:7).
De luipaard is gevreesd om zijn moordlust. Vaak heeft men gezien dat zo’n dier tientallen geiten doodde, er een paar van opat en de rest liet liggen! Daarom is het geen wonder dat we luipaard tegenkomen in Jes. 11:6, waar staat dat in het rijk van de Messias dit dier in vrede zal leven met de geitenbok!
Ook In het visioen van Daniël (hoofdstuk 7:6) ontmoeten we de luipaard. Daar wordt het dier voorgesteld als een beeld van Alexander de Grote. Deze Griekse koning zou ook bliksemsnel zijn in het veroveren van landen en steden. En in Hab. 1:8 worden de snelle paarden van de Chaldeeën (die het land van de Joden veroveren zullen) ook vergeleken met luipaarden.
In de Openbaring aan Johannes komt de ‘pardel’ voor. Dat is een panter, die dus eigenlijk een luipaard is. Daar ziet Johannes op Patmos in een visioen een beest uit de zee opkomen dat heel veel leek op een panter (Op. 13:2). Daarmee wordt de wereldmacht bedoeld die de Kerk van God zal proberen uit te roeien. Maar uiteindelijk zal het Lam overwinnen!