Vos

Een aantal keren wordt in de Bijbel de vos genoemd. Dat is een bij ons bekend dier, waarvan in Palestina twee soorten voorkomen, die in kleur en grootte iets van elkaar verschillen.

Een slim beest

We weten allemaal dat de vos vaak genoemd wordt als voorbeeld van slimheid en voorzichtigheid. Het is een erg roofzuchtig dier dat niet zo kieskeurig is. Planten eet hij, maar ook muizen, wormen, kevers, jonge hazen en vogeltjes. Vossen leven in kleine groepen, maar op jacht gaan doet hij meestal alleen. Tien kilometer per uur is zo’n beetje zijn snelheid, maar als het moet kan hij wel vier of vijf keer zo hard rennen.
De Bijbel noemt de vos ook. In het Hooglied van Salomo lezen we dat vossen een bedreiging zijn voor de wijngaarden (Hoogl. 2:15). Ze lusten wel een druifje, en bovendien maken ze onderaardse gangen, die de wijngaard kunnen verwoesten. Vossen maken ook graag hun holen op eenzame plekken. Vandaar dat de Ammonieten ook spotten tegen de Joden (als ze de muren van Jeruzalem bouwen), dat een vos hun muur wel zou afbreken (Neh. 4:3).

Jakhals

In het Oude Testament wordt voor ‘vos’ het Hebreeuwse woord shual gebruikt. Maar het probleem: hiermee wordt soms ook ‘jakhals’ bedoeld, een beest dat erg veel op de vos lijkt. In Israël wordt er weinig verschil gemaakt tussen beide diersoorten. De levenswijze van een jakhals is wel anders: deze dieren leven juist in troepen (zoals wolven) en gaan ook samen tot de aanval over. Misschien waren het wel geen 300 vossen, maar jakhalzen, die Simson ving – vossen leven immers niet met heel veel bij elkaar. Verder is hij bijzonder gulzig: hij eet ook aas, wat een vos bijna nooit doet. Daarom denkt men dat in de tekst uit Psalm 63:11 geen vossen, maar jakhalzen worden bedoeld. David zegt hier van zijn vijanden dat ze een prooi van de vossen zullen worden.
Op sommige plaatsen in de Bijbel kom je het woord ‘draken’ tegen, zoals in Jes. 35:7 en Micha 1:8. Velen menen dat hier ook jakhalzen worden bedoeld.  Deze dieren komen ook in het tegenwoordige Palestina voor. Hotelgasten in Haifa, vlak bij de Karmel, vertellen dat ze ’s nachts het doordringende gehuil en gejank van jakhalzen kunnen horen.

De vossen hebben holen…

Jezus gebruikt een paar keer de vos als voorbeeld. Van Herodes, de viervorst, zegt Hij dat hij een vos is (Luk. 13:32) – even sluw en berekenend als dat dier. En dat was ook de waarheid: had hij niet Johannes de Doper gevangen genomen? En zou hij dan Jezus ontzien? Van Zichzelf zegt Christus, dat Hij, terwijl de vos een hol heeft, niets heeft om Zijn hoofd neer te leggen (Matth. 8:20). Zo diep heeft Hij zich willen vernederen om Zijn volk zalig te maken!