Zeedieren

We vragen nog aandacht voor enkele dieren, die niet of weinig in de Bijbel genoemd worden, maar zeker wél de producten ervan.

Purperslak

Een bekende kleurstof, waarvan we soms in Gods Woord lezen, is purper. Voor het eerst wordt deze stof genoemd in Ex. 25:4. Het gaat hier over de inrichting van de tabernakel, die in de woestijn moest worden gebouwd. Deze kleurstof werd gehaald uit een speciale slak, die in de zee leeft: de purperslak. De ontdekking van het purper is, zegt men, op een bijzondere manier gebeurd. Een hond zou op zo’n slak aan het kauwen zijn geweest en daaraan een blauwrode snuit hebben overgehouden! Of dit waar is of niet, al duizenden jaren geleden werden purperslakken gevangen in de Middellandse Zee. Deze dieren hebben bepaalde klieren, waaruit de kleurstof wordt bereid. Onder invloed van de zon verandert de kleur van geelachtig tot (je raadt het al)… purperrood. Al komen ook andere tinten voor, van violet tot lichtblauw.

In het Oude Testament vinden we het purper meerdere keren genoemd. Vooral in de tabernakel en bij de kleding van de hogepriester. Purper werd gebruikt in de gordijnen (kleden), in het voorhangsel, bij de ingang van de voorhof, in de borstlap en de efod (Ex. 26: 1, 31, 36 en Ex. 28:6, 15). Purper was echt een ‘koninklijke’ kleur. Purperwol was kleurecht en je betaalde er dan ook grote bedragen voor. Van Mordechai lezen we ook dat hij een purperen kleed droeg (Esth. 8:15). In 2 Kron. 2:7 staat dat Salomo purper nodig had voor de tempelbouw. Speciaal wordt in dit hoofdstuk (vers 14) melding gemaakt van Tyrus. Dat was een stad, die bekend was om haar purperindustrie. Dat lezen we ook in de profetie over Tyrus (Ez. 27).
En denk aan de “rijke man” in de gelijkenis (Luk. 16:19), die ook met purper gekleed was. Op sommige plaatsen lezen we ook van de kleur “hemelsblauw”. Dat kan heel goed een soort van purper zijn geweest.
We weten ook van Lydia dat ze ‘purperverkoopster’ was uit de stad Thyatira (Hand. 16:14). Daar maakte men purperen stoffen die in de omgeving werden verhandeld, tot in Filippi toe.

Pareloester

Je hebt wel eens gehoord van parels. Ze komen alleen in het Nieuwe Testament voor. Dit sieraad is niet, zoals men soms denkt, een soort edelsteen, maar een dierlijk product. Het kan gebeuren dat er in de schelp van een oester of mossel een klein zandkorreltje binnendringt. Het dier vindt dat blijkbaar niet prettig: er vormt zich een glad kalklaagje omheen, dat allerlei vormen en kleuren kan hebben. De laag waarop de parel zich vormt heet: parelmoer (eigenlijk: de moeder van de parel). Je begrijpt dat je wel even geduld moest hebben om een echte parel te 'oogsten'. Tegenwoordig komen parels bijna altijd uit bedrijven, waar deze mossels worden gekweekt.
Parels werden in Bijbelse tijd vooral door de 'deftige stand' gebruikt, maar ze waren ook bij eenvoudige mensen bekend. Immers, Jezus spreekt in de gelijkenis over een parelkoopman (Matth. 13:45).
Johannes zag in een visioen een beeld van het Nieuwe Jeruzalem. In deze stad waren de poorten gemaakt van parels (Op. 21:21).

Het Hebreeuwse woord voor "parel" is: peninna. Uit het boek Samuel ken je dit als de naam van de vrouw van Elkana. En wist je dat er in het Grieks het woord: margarita staat? Dan weet je nu ook wat je naam betekent als je Margarita, Marga of Margriet heet…